Bron: De Volkskrant
Voor rond de tweehonderd euro vlieg je tegenwoordig van Amsterdam naar Boedapest en terug, en vanuit Dortmund zelfs voor zestig euro. Alles inclusief luchthavenbelasting.
Dat is te merken in de stad. Het hele jaar door komen er nu toeristen voor een korte vakantie; vooral voor jongeren is Boedapest een geweldige bestemming. Een ruim aanbod aan hostels biedt jongeren, backpackers en studenten genoeg keus voor een goedkope overnachting. Met name Franse en Engelse studenten komen er het einde van hun tentamenperiode vieren.
Beroemd zijn de badhuizen van Boedapest. Monumentale negentiende-eeuwse gebouwen, waar het lauwwarme water in barokke baden over tegelmozaïeken vloeit en stevige Hongaarse massagespecialisten klaarstaan om ver stijfde spieren tot soepel vlees te kneden.
Een karikatuur wellicht, maar een die je niet zou willen missen op een wat katerige ochtend. Zelfs een massage om examenstress uit de schouders te knijpen, is goed te betalen. Een compleet arrangement kost 12 euro.
Voor dat geld moet je wel zelf uitvinden waar de stoombaden zijn en hoe de rij voor de massage werkt, want duidelijke instructies in het Engels zijn schaars in Hongarije.
Andere aanraders voor de bescheiden beurs zijn de musea, de martkhallen en de kelderbars met livemuziek.
Blijf wel weg uit het communistische beeldenpark (een tip van de gratis gids op internet, Inyourpocket). Met openbaar vervoer goedkoop te bereiken, maar de reis duurt zeker een uur en dat is wat veel voor een handvol beelden. Verder is Boedapest helemaal goed voor low-budget reizen.
Bij het ontbijt in het Yellow Submarine Hostel midden in het centrum van Boedapest meldt zich een weinig uitgeslapen jongen met donker platgelegen haar. 'Ben jij die gozer waar ik vannacht zo tegen schreeuwde?', vraagt hij met een Australisch accent. 'Sorry man, je snurkte enorm, misschien had ik het wat subtieler kunnen brengen, maar ik had echt geen zin dat de hele nacht aan te horen.'
Snurkende Nederlanders, ruftende Amerikanen, boerende Britten, luidruchtige Australiërs. Nee, er is weinig romantisch aan de slaapzaal van een hostel. Maar goedkoop is het wel.
Boedapest zelf heeft genoeg romantiek. De stad aan de Donau heeft prachtige kastelen, boulevards en pleinen, overblijfselen uit de periode dat Boedapest de hoofdstad was van het Habsburgse rijk en keizer Franz Josef er met zijn Sissy in het Gödöllö-paleis verbleef.
Boedapest roept zonder meer associaties op met Wenen, dat andere bolwerk van roem en glorie van de dubbelmonarchie. Het verschil is dat hier de communisten hun sporen hebben achtergelaten in sobere woonwijken en niet, zoals de Weners, hun erfstukken hebben opgepoetst.
Toch heeft het contrast tussen grandeur en grauw beton ook zijn charme. En, niet onbelangrijk, het is er nog steeds goedkoop.
Je hoeft er echt geen supermarktbroodjes met smeerkaas in het park te eten. Spaghetti koken met tomatensaus in het hostel is evenmin nodig. In de buurt van universiteitsgebouwen in het centrum zijn mensa's te vinden waar soep en een hoofdgerecht nog geen 2 euro kosten.
Iets chiquer kan ook. Restaurantjes met Hongaars volksvoedsel zijn over het algemeen goed, al zullen vegetariërs het moeilijk hebben. Een bord goulash, een glas rode wijn en een koffie kosten samen ongeveer 8 euro.
Deze eethuisjes zijn wat moeilijk te vinden, want aan de grotere boulevards bevinden zich meestal óf duurdere restaurants óf goedkope kebabtentjes. Maar in de hostels kennen ze wel plekken. Of anders kun je er de studenten op straat wel naar vragen.
Low-budget slapen kan in verschillende gradaties van comfort. Een bed in een gemeenschappelijke slaapzaal in het Yellow Submarine Hostel kost 11 euro. Maar een groep vrienden kan voor een paar euro meer een eigen kamer huren. Een stel is 18 euro per persoon kwijt voor een tweepersoonskamer. Er zijn zelfs royale eenpersoons-appartementen met ligbad en keuken voor 50 euro per nacht. Voor de budgetreiziger aan de prijs, maar nog altijd goedkoper dan de meeste hotels.
Het hostel, maar dan zonder de slaapzaal, is een succes. Het moet natuurlijk wel meezitten met het gezelschap dat je er treft, maar je kunt onder de backpackende Australiërs en Europese studenten meestal wel een paar aardige drinkebroeders vinden voor een bezoek aan de vele kelderbars die Boedapest rijk is.
Het nadeel van liederlijke avonden in goed gezelschap is de pijn van de vroege ochtendvlucht van vliegveld Ferihegy. Goedkoop vliegen gaat nou eenmaal ten koste van comfortabele vertrektijden. En van het ontbijt in het vliegtuig.
Op het vliegveld zijn rond deze tijd twee cafetaria's open. Beide zijn duur. De allerlaatste 1800 forinten (7,50 euro), eigenlijk gereserveerd voor nog wat souvenirs, gaan op aan een matige sandwich en een redelijke kop koffie.
Boedapest is een backpackparadijs. Maar voor de terugvlucht zijn broodjes en smeerkaas van de supermarkt wel aan te bevelen.