StartpaginaUitlegAdverteren?ArchiefAgendaOnze partnersLog inContactsitemapBoedapest

Archief:

Ons team

Recente uitgaven

Overig

Agenda Archief

artikelen

Ons team:

Elvira Loomans

Maria Ballendux

Karin Gabor en Michel Daenen

Henk Nijhof

Jósef Tóth

Ernst-Jan de Roest

Eva Lilla Kronauer

Peter Olsthoorn

Stefanie Burlovics

Herman Geerts

Elzo Molenberg

Carel Brands

Algemeen:

Startpagina

Karin Gabor en Michel Daenen 

oude artikelen

Szikszó ziet de kansen van het Oosten
» (wilt u het gehele artikel lezen? Neem dan abbonement op HiZ)

Szikszó ziet de kansen van het Oosten

Eind mei van dit jaar zei DAF Trucks dat het bedrijf overweegt om in Midden- en Oost-Europa eigen fabrieken op te zetten. DAF ziet zijn verkopen in landen als Polen, Roemenië, Tsjechië, Rusland, Turkije en ook Hongarije sterk groeien. Het bedrijf is inmiddels de snelst groeiende vrachtwagenproducent in Europa. Met het oog op logistiek heeft Hongarije door zijn gunstige geografische ligging veel te bieden. Er is en wordt nog steeds flink geïnvesteerd in het wegennet van Hongarije. Met name in het Oosten van het land worden daardoor snelle wegtransportverbindingen mogelijk, zowel Oost-West als Noord-Zuid. Waarschijnlijk is het dan ook geen toeval dat Józef Füzesséri als burgemeester van Szikszo -een stadje van ruim 6000 inwoners vlakbij Miskolc in het Noord Oosten van Hongarije – en tevens voorzitter van de Micro-Regionale Multifunctionele Associatie van Szikszó terrein in de regio wil ontwikkelen als industriegebied. Met hulp van het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties werkt hij ook in bredere zin aan de verdere economische ontwikkeling van de Regio. Jozef Füzesséri maakt graag van de gelegenheid gebruik om samen met Márta Márczis, National officer voor lokale en regionale ontwikkeling van het UNDP (United Nations Development Programme) over de potentie van de regio te praten. Later schuiven ook twee collega’s Richard Kobra, programma manager en Balázs Dernei, lokaal manager van het UNDP aan.

“Szikzsó kent een lange geschiedenis”, zo begint Füzesséri. “Door de eeuwen heen is het altijd een belangrijke stad geweest op de nood- zuid handelsroute (vanuit Polen en Slowakije richting zuiden). Toen in 1920 als gevolg van het verdrag van Trianon de grenzen dicht gingen, heeft dat een negatieve invloed gehad op de regio. Vanaf toen werd het een periferie van Hongarije, ver weg van de activiteiten. Dit heeft een flinke wissel getrokken op de regio, zowel economisch als sociaal. Hoewel het een periferie was, was er toch ten tijde van het communisme voldoende werkgelegenheid. Met de omwenteling viel de markt in het oosten echter weg en werden de mijnen en de zware industrie gesloten. De overgang naar het kapitalisme heeft de regio een zware klap gegeven. “Aanvankelijk waren er een aantal fondsen om aan de wederopbouw te werken, maar met de toetreding tot de EU zijn vele subsidiekranen dichtgedraaid”, geeft Márta Márczis aan. Dat in deze regio echter nog steeds hulp nodig is, daarvan zijn Márczis, Kobra en Dernei overtuigd. “Gelukkig hebben de EU en UNDP de Noord Oost regio ook als arme regio bestempeld, wat betekent dat er nog steeds mogelijkheden zijn“. Márczis “We hebben hier te maken met gebiedsgebonden armoede en daarnaast vormen de Roma een apart vraagstuk.” Overigens is volgens Márczis de Roma situatie in deze omgeving anders dan in Roemenie. Ook in Noord Oost Hongarije hoort de Romabevolking tot de armste van de samenleving en heerst er grote werkeloosheid onder deze groep, maar in tegenstelling tot de situatie in Roemenië hadden de Roma in Noord Oost Hongarije wel werk voor de omwenteling. De oudere Roma zijn dus bekend zijn met het gangbare arbeidsethos. “Armoede gaat overigens niet alleen over geld”, vervolgt Márczis, maar ook over sociale armoede (het ontbreken van sociale contacten en uitsluiting van netwerken) en ongeschooldheid.” Márczis: “Onderzoek heeft aangetoond dat er geen onderscheid is wanneer mensen arm zijn. Dan vallen de verschillen weg. Onder een bepaalde armoedegrens lijken mensen erg op elkaar, dan maakt je achtergrond niet meer uit. Dan ontbreekt het hen aan zelfvertrouwen, hebben ze vaak veel kinderen en is er meestal grote bereidheid elkaar te helpen. Het UNDP is geen politiek maar een ontwikkelingsprogramma. Het is niet specifiek gericht op de Roma, maar gericht op de regio. Door de subsidiemogelijkheden is arbeid niet duur en dat geeft de ondernemer een belangrijke voorsprong op zijn concurrenten.”

Dat brengt ons weer terug bij de mogelijkheden in Szikszó. Füzesséri: “Mensen zien de regio nog steeds als periferie, maar de tijden zijn veranderd. Sinds kort zijn de grenzen weer helemaal open. Dat gaat grote gevolgen hebben voor de handel en logistiek. Wij spelen daar op in. We hebben aan de rand van de bebouwde kom een terrein geselecteerd dat we voor een aantrekkelijke prijs aanbieden (circa 10 euro per vierkante meter). Het totale terrein beslaat ruim 340 hectaren. Dat is meteen het grootste beschikbare industriegebied van Hongarije”, voegt hij er trots aan toe.
“Om optimaal tegemoet te kunnen komen aan de klant hebben we de infrastructuur tot aan het terrein gelegd en binnen het terrein doen we het op verzoek. De bedrijven mogen dan precies aangeven waar ze alles willen hebben: van aanvoerroute en rioolleidingen, tot elektra-aansluitpunten en afvalverwerking. Maar natuurlijk is het zo dat de eerste die in de gelegenheid is te bepalen, ook het meeste kan bepalen van allemaal”, voegt hij er aan toe.

De gesprekken met de eerste geïnteresseerde bedrijven zijn in een vergevorderd stadium. Het zijn petrochemische en automobiel bedrijven uit Japan en Amerika. Als die er eenmaal zitten, is het natuurlijk ook interessant voor hun leveranciers en afnemers. Maar ook andersoortige bedrijven zijn van harte welkom.

Naast het aantrekkelijke van de locatie geeft Füzesséri ook de andere voordelen aan om in de regio te investeren: “de grondprijs is hier erg laag (een derde van de prijs die je elders betaalt). Daarnaast is er een rijke aanwezigheid van vele hulpbronnen. Het is een niet vervuild gebied en de arbeid die je hier vindt is ronduit goedkoop. Om een voorbeeld te geven: loonkosten voor een medewerker zijn 500 tot 600 euro per maand inclusief belastingen. Daar komt bij dat bij het aannemen van werklozen de overheid het eerste jaar het salaris betaalt. Als je investeert in het human capital hier, zijn daar subsidies voor beschikbaar. Zo kan een ondernemer per op te leiden medewerker een bijdrage tegemoet zien van 1100 euro.”

Wanneer we Füzesséri ermee confronteren dat zware industrie toch behoorlijk belastend kan zijn voor het milieu, geeft hij aan alles volledig in overeenstemming met de geldende regelgeving te willen doen en dus ook ter compensatie van de industrie nieuwe bomen aan te laten planten.
Dat de ambities van de burgemeester met zijn industriegebied en de UNDP met de ontwikkelingsprogramma’s goed samengaan blijkt als we spreken over de neveneffecten van een bloeiend industriegebied: veel scholing en werkgelegenheid. Potentiële investeerders kunnen dan ook rekenen op een gastvrij onthaal. Füzesséri: “Als men belangstelling heeft kan men altijd vrijblijvend langskomen en bespreken we de mogelijkheden. Dat we daar een gezellig uitstapje van maken voor onze gasten spreekt natuurlijk vanzelf”. En tot slot:” “We zouden het overigens heel leuk vinden als Nederlandse investeerders zich bij ons vestigen. We hebben namelijk tot nu toe enkel heel goede ervaringen met Nederlanders. Zo hebben we warme banden met Nederlanders via de kerk. Zij hebben ons financieel geholpen hebben met de renovatie van het dak van onze kerk. Binnenkort komt er een koor van 56 Nederlanders in zingen”, voegt hij er trots aan toe.



Tekst: Karin Gabor en Michel Daenen
info@make-it-happen.nl

Extreme Make Over...of zit echte schoonheid toch van binnen? » (HiZ-11)

En, wat was uw gedachte toen u deze titel las? Plastische en cosmetische chirurgie en tandheelkunde voor westerlingen uitgevoerd in Hongarije, door Hongaarse specialisten: goed voor de werkgelegenheid binnen de gezondheidszorg en goed voor de klanten die het zich nu wel kunnen veroorloven. Snijdt het mes aan twee kanten?

Het is heel makkelijk om mensen die iets aan hun uiterlijk laten doen te veroordelen of hun gevoel van onbehagen te bagatelliseren met „Echte schoonheid zit van binnen“ of „Het gaat niet om het uiterlijk, maar om het innerlijk“. Iemand die ongelukkig is met zijn verschijning is niet met zo’n uitspraak geholpen en ook menig onderzoek bewijst dat het niet waar is. In de meest recente editie van het magazine Psychologie was nog te lezen: „mooie mensen hebben meer kans op succes“. Genoeg reden voor ons van Hongarije in Zaken om deze volks“wijsheden“ aan de kant te schuiven en ons te verdiepen in de wereld van het „cosmetisch medisch toerisme“.

Hongarije in Zaken sprak met Randy Simor, Amerikaan (New Yorker) met Hongaarse achtergrond. Zijn ouders zijn in ’56 naar de VS gevlucht. Na een opleiding in de biologie en filosofie kwam hij naar Hongarije waar hij in 1999 afstudeerde als arts. Inmiddels heeft Randy een goedlopend Hongaars bedrijf in het cosmetisch medisch toerisme.

De ontmoeting
We spreken af in een typisch Hongaars koffiehuis. Tijdens het gesprek gaat veelvuldig de telefoon. Meerdere malen zijn het klanten. Randy voorziet ze in vloeiend Engels van advies en vervolgens belt hij naar zijn partners die hij in het Hongaars te woord staat. Mobiele telefoon, Skype en internet maken dat hij altijd goed bereikbaar is en dat het werk dus ook overal en altijd kan plaatsvinden.

Oordelen versus luisteren en dan pas oordelen
Toen Randy 15 jaar geleden naar Boedapest kwam kende hij de taal helemaal niet. Het kostte hem zo’n drie jaar om het echt te leren. In die tijd heeft hij heel goed leren luisteren. Zowel om de taal te leren, als ook om de mensen te leren begrijpen. Zonder vooroordelen luisteren naar mensen, wat hen bezighoudt, wat is belangrijk voor hen? Je moet begripvol zijn en bescheiden, was zijn conclusie. Daar heeft hij nu ook in het zaken doen profijt van: begripvol en bescheiden zijn zowel naar de Hongaren toe, (de partners met wie hij zaken doet), als ook naar zijn klanten, die nu vooral uit de UK komen. Randy: „Ik help vaak mensen echt een nieuw leven te beginnen, met een nieuw zelfbeeld, meer zelfvertrouwen, meer eigenwaarde. Je geeft mensen echt iets, iets waar ze heel blij van worden en waar ze veel waarde aan hechten. Je helpt mensen een nieuwe stap te zetten in hun leven. Opnieuw beginnen kan ook aanvangen vanuit de buitenkant, iemand die het moeilijk heeft met zijn uiterlijk kan een enorme positieve impuls krijgen door iets aan zijn of haar lichaam te veranderen waar hij al lang ontevreden over was.. Het profiel klant dat momenteel het meeste bij me komt is vrouw, tussen de 30 en 60 jaar. Ze zitten vaak in een overgangsfase in hun leven (net na een scheiding, nieuw werk, nieuwe relatie of juist einde van de oude relatie). Ze zijn gemiddeld bemiddeld. Ze hebben genoeg geld om het in Hongarije te laten doen, in hun thuisland is het te duur voor hen. Als „buitenlander“ ondernemen binnen de Hongaarse gezondheidszorg. Daar is Randy op in gaan spelen. De Hongaarse gezondheidszorg biedt geweldige kansen. Het niveau is hoog, er zijn medici beschikbaar en de prijzen zijn laag. Aan de andere kant is er een groot potentieel aan klanten dat graag een ingreep ondergaat, maar dat in eigen land te duur vindt. De klant vindt niet zelf de weg naar de dienstverlening door taal en cultuurbarrière) en de dienstverlener komt niet uit zichzelf bij die klant terecht (ook vanwege die taal en omdat hij de weg niet kent). Wat is er nu mooier dan iemand die beide werelden begrijpt en ze aan elkaar kan koppelen? Randy: „Ik zocht in Hongarije echt mijn wortels op. Ik ben nu een mix van allebei, ik ken beide werelden. Mijn leven is nu hier, ik maak deel uit van deze samenleving. Nu zie ik ook de schatten van de Hongaarse cultuur. Nu ik hen snap, kan ik echt een brug vormen en dat ben ik vervolgens ook gaan doen, echt een brug vormen. Randy vormt een dubbele brug: aan de ene kant tussen Hongarije en West Europa en aan de andere kant tussen medische wetenschap en commercie. Ik wilde altijd al ondernemer zijn. In 2004 begon dit idee bij me te komen. Ik ben toen een netwerk gaan opbouwen met private klinieken en publieke ziekenhuizen. Ik had werkervaring als medisch manager bij diverse ziekenhuizen en klinieken in Boedapest, dus kende de werkwijze en de mensen goed.

Kansen
Ik ben met mijn bedrijf Meditours Hungary de poort waarlangs alles gaat. Ik werk vervolgens veel samen met partnerbedrijven die onderdelen van de dienstverlening van mijn bureau uitvoeren. Zo werk ik met een bedrijf dat toeristische trips organiseert en met een transport bedrijf dat onze cliënten van en naar het vliegveld brengt. Ik werk nu intensief met circa 10 medische organisaties waar ik mijn cliënten onderbreng, waaronder publieke ziekenhuizen en privéklinieken. Ik heb inmiddels een groot netwerk hier in Boedapest en sta altijd open voor samenwerking. Ik organiseer alles voor mijn cliënten: inhoudelijk advies, accommodatie, transport, toerisme etc., maar ik werk met andere bedrijven samen voor de uitvoering. Naast de cosmetische chirurgie en tandheelkunde, zie je ook steeds meer vraag naar een algehele medische check up, een soort APK. Ook met die dienstverlening ben ik steeds meer bezig. Mijn klanten komen momenteel voor zo’n 70% uit Engeland, 30% komt uit Ierland en Schotland. De Europese markt ligt verder nog helemaal open. Daar wil ik me nu verder op gaat richten, om dat uit te bouwen. Daarvoor zoek ik vertegenwoordigers in de thuislanden. Bij zo’n uitspraak zijn wij als Hongarije in Zaken altijd alert: Randy zoekt vertegenwoordigers in de andere thuislanden van de EU. En dat is Nederland natuurlijk ook. Wellicht is dit een kans die een van onze lezers weet te pakken? Een mooie gedachte: wie weet, heeft Hongarije in Zaken bij deze een brug geslagen tussen een kosmopolitische Amerikaans/ Hongaarse medisch zakenman en een toekomstige Nederlandse vertegenwoordiger van Meditours Hungary?

Meer informatie?
www.meditourshungary.hu.

Tekst en foto: © Karin Gabor & Michel Daenen2008info@make-it-happen.nl

Werken met Hongaarse technici » (HiZ-11)
„we kunnen er geen genoeg van krijgen“

Intocht van de Hongaren? Poolse bollenpellers, Tsjechische bouwvakkers en Slowaakse havenarbeiders. De politiek was er bang voor en de kranten stonden er vol van. Wanpraktijken in de tijd waarin, mede door een nog gebrekkige regelgeving, menig gewiekste ondernemer zijn kans schoon zag. Pijnlijke situaties bereikten het nieuws over 10 Polen gehuisvest in een vervallen 2 kamerappartement en zwaar onderbetaalde Midden Europeanen die door malafide uitzendbureaus tegen marktconforme tarieven werden verhuurd aan Westerse opdrachtgevers. Opvallende afwezige in de hele discussie waren de Hongaren. Zijn ze er niet, of is het voor hen anders geregeld? Een kleine zoektocht van Hongarije in Zaken leverde contact op met Flextecs, een bedrijf dat Hongaarse werknemers naar Nederland haalt. Op hun kantoor in Dordrecht zijn we in gesprek met Barbara Antal-Kis en Mick Kovacs die samen met Hasan Okumus het team van Flextecs vormen. Later in het gesprek schuift ook Marcel Papenhove aan, directeur van zusterbedrijf Miniplants en samen met mededirecteur Dennis Stikkolorum oprichter van het bedrijf Flextecs.

Intocht van de Hongaren?
Poolse bollenpellers, Tsjechische bouwvakkers en Slowaakse havenarbeiders. De politiek was er bang voor en de kranten stonden er vol van. Wanpraktijken in de tijd waarin, mede door een nog gebrekkige regelgeving, menig gewiekste ondernemer zijn kans schoon zag. Pijnlijke situaties bereikten het nieuws over 10 Polen gehuisvest in een vervallen 2 kamerappartement en zwaar onderbetaalde Midden Europeanen die door malafide uitzendbureaus tegen marktconforme tarieven werden verhuurd aan Westerse opdrachtgevers. Opvallende afwezige in de hele discussie waren de Hongaren. Zijn ze er niet, of is het voor hen anders geregeld? Een kleine zoektocht van Hongarije in Zaken leverde contact op met Flextecs, een bedrijf dat Hongaarse werknemers naar Nederland haalt. Op hun kantoor in Dordrecht zijn we in gesprek met Barbara Antal-Kis en Mick Kovacs die samen met Hasan Okumus het team van Flextecs vormen. Later in het gesprek schuift ook Marcel Papenhove aan, directeur van zusterbedrijf Miniplants en samen met mededirecteur Dennis Stikkolorum oprichter van het bedrijf Flextecs. Per toeval ontstaan. Miniplants, het zusterbedrijf van Flextecs, is een ingenieursbureau uit Dordrecht. Het levert installaties en projectmanagement in de farmaceutische industrie. In hun werkplaats kwam op een dag een Hongaarse lasser binnenlopen die in het verleden met een aantal van de daar aanwezige medewerkers hadden gewerkt. Hij wees het verzoek van zijn vroegere collega’s af om daar te komen werken, maar beloofde wel een paar jonge Hongaarse technici te zullen vragen of zij belangstelling zouden hebben. Ze kwamen er werken en vielen op door hun goede mentaliteit en technische vaardigheden. In de loop der tijd werden het er steeds meer, naar wederzijdse tevredenheid. En zo groeide de behoefte om van deze speciale Hongaarse dienstverlening van Mini-plants een zelfstandig bedrijf te maken: Flextecs, Flexible Technical Services. De groei zit er sindsdien goed in. Het blijkt dat er een grote behoefte is aan goed opgeleide mensen, die nog weten wat handarbeid is. Volgens Flextecs is dat in Nederland namelijk een probleem aan het worden.
Marcel: “Mijn zoon zit op het VMBO. Daar leren ze niet meer met hun handen te werken, maar krijgen ze kookles, Nederlands, Engels, economie en maatschappijleer. De jongens die daar vanaf komen, kennen het ambacht niet meer. De Hongaren hebben nog wel die handvaardigheid. De oude ambachtschool is daar doorontwikkeld, maar de basis is hetzelfde gebleven, Leerlingen leren daar met hun handen werken. Als ze van school komen kunnen ze al een beetje lassen, draaiwerk en fitwerk. En dat is een groot voordeel; die achterstand halen de Nederlandse jongens niet meer in. Onder de 35 jaar kan je het in Nederland vergeten, daar vindt je geen vakmensen meer.“

Taal en de praktijk
De Hongaren zijn ambachtslieden en daarbij komt dat ze ook precieze werkers zijn. Wellicht dat dit een relatie heeft met de Hongaarse taal. Die zou je mathematisch kunnen noemen en zo werken ze volgens Marcel ze ook. „Ze zijn concreet, nauwgezet en praktisch ingesteld.“ „En in hoeverre is taal een barrière?“, vragen we. Barbara: „Voorheen kwam het nog al eens voor dat een Hongaarse medewerker echt alleen Hongaars kende. Maar dat doen we niet meer. We stellen onze eisen. Ze praten inmiddels allemaal minimaal Duits. Daarnaast spreken enkelen Engels. We hebben de ervaring dat het noodzakelijk is dat ze bij opdrachtgevers of zelfs in de eigen werkplaats kunnen communiceren. Wij moeten natuurlijk niet altijd hoeven vertalen. Als het gevaarlijk is op een werkplaats of bij een noodsituatie, instructies bijvoorbeeld bij een alarm of giftig gas, dan moeten ze dat kunnen verstaan.“ „Maar, we hebben een paar mensen voor wie we een uitzondering maken“, vult Mick aan, „Dat zijn plaatmakers, die echt goed zijn. Ze spreken geen andere taal, maar ze werken alleen en van tekening. Tekeningen lezen is universeel, daar hoef je geen andere taal voor te spreken.“

Oost, west, thuis best?
Op de vraag of het geen probleem is dat de Hongaren toch niet bekend staan als een reislustig volkje krijgen we het antwoord dat het eigenlijk niet veel anders is dan in Nederland. Marcel: „Ik heb in Limburg gewoond en gewerkt en daar houden ze ook niet van reizen en verhuizen. Hongaren houden van hun land en zeker op het platte land zijn de familiebanden sterk. Ze willen liever niet weg, maar gezien de economische noodzaak willen ze toch graag hiernaartoe komen. Ze sparen hun geld in de jaren die ze hier werken en gaan dan terug naar Hongarije. Voor de hoger opgeleide Hongaar ligt dat vaak anders. Die willen zich ontwikkelen, iets van de wereld zien. Hun horizon verbreden. Ze kunnen hier dingen doen die ze thuis niet kunnen doen. Omdat de arbeidsmarkt daar minder krap is kun je je in Hongarije moeilijker in de breedte ontplooien. Als je eenmaal ergens goed in bent, zien werkgevers er het nut niet van in om in je te investeren zodat je ook nog wat anders kunt. Ze blijven daardoor hangen.“

De succesformule
Inmiddels is Flextecs uitgegroeid tot een uitzendbureau met ruim 40 technisch geschoolde krachten, waarvan 80% de Hongaarse nationaliteit heeft. Het gaat goed met het bedrijf en ze zijn bezig met uitbreiding. Wat is de kracht van het bedrijf vragen wij van Hongarije In Zaken ons af. En we kunnen een aantal kenmerken ontdekken. Flextecs heeft een aantal stafmedewerkers die een echte brugfunctie tussen Hongarije en Nederland kunnen vervullen. Eén daarvan is Barbara. Als Hongaarse studente aan de Budapest Business School schreef ze in 2005 in op een programma aan het Avans School in Breda. Ze raakte verknocht aan Nederland en ontmoette er haar huidige vriend. Na terugkeer naar Boedapest volgde nog vele korte bezoeken aan haar vriend in Nederland. Al gauw kreeg ze het verlangen echt te wonen en werken in Nederland. Na gesprekken met Marcel en Dennis kreeg ze de mogelijkheid bij Flextecs te komen werken. Ze neemt de werving en selectie van nieuwe Hongaarse medewerkers voor haar rekening. Daarnaast helpt ze nieuwe medewerkers hun weg in de Nederlandse samenleving te vinden. Omdat ze zelf ervaring heeft als buitenlandse die komt werken in Nederland, herkent ze wat haar nieuwe collega’s doormaken. Dat schept een vertrouwensband en maakt het haar mogelijk hen optimaal te ondersteunen. Haar collega Mick bevindt zich eveneens op het grensvlak tussen Nederland en Hongarije. Als zoon van een Hongaarse vader en een Nederlandse moeder met Hongaarse ouders werd hij in Nederland tweetalig opgevoed. Binnen Flextecs verzorgt hij de planning, het wagenpark en de accommodatie van de Hongaarse medewerkers en doet hij relatiebeheer. Ook ondersteunt hij de Hongaarse medewerkers met praktische zaken rondom huisvesting of de Nederlandse belastingwet. Daarnaast is hij 3e jaars deeltijdstudent HBO Management, Economie en Recht. Een ander kenmerk van de werkwijze van Flextecs is dat ze grondig vooronderzoek doen voor ze met iemand in zee gaan. Barabara: „In Hongarije werken we met agenten. Die doen een screening voor ons op de kwaliteiten van de mensen. Zij doen een voorselectie. In Hongarije moeten ze testen doen: wat kunnen ze?, hoe is hun taalvaardigheid?, wat is hun werkmentaliteit? Ze moeten ook praktijkoefeningen doen. In het verleden hebben we meegemaakt dat mensen in Nederland niet bleken te kunnen wat ze vooraf zeiden. De agent checkt ook de referenties.“

Voor wat hoort wat
Er hangt een negatief imago om het werken met Oost Europese medewerkers. Flextecs zegt het anders te doen. Eenmaal aangenomen, zorgt Flextecs naar eigen zeggen goed voor haar medewerkers. Ze krijgen salaris naar Nederlandse maatstaven, accommodatie, een auto ter beschikkling, hulp om in Nederland te kunnen aarden en ontvangen opleidingen, zodat ze zich ook verder kunnen ontwikkelen. Daarnaast krijgen de medewerkers verzekering en een pensioenvoorziening die ze kunnen meenemen als ze later terug zouden gaan naar Hongarije. Mick: „we ondersteunen hen waar we kunnen, maar kijken natuurlijk of wensen en vragen redelijk zijn. Ze moeten ook een deel zelf doen, bijvoorbeeld zelf zorgen voor voldoende wc papier in hun woning. Ze doen natuurlijk hun eigen boodschappen. „Barbara: „de meeste werkers helpen Flextecs overigens ook met het zien van kansen voor nieuwe opdrachten. Ze bellen ons dan of melden het op het spreekuur dat we hebben. Daaraan zie je ook dat de mensen tevreden zijn over wat wij hen bieden.“

Toekomstwens
Flextecs wil zowel qua aantallen als qua service uitbreiden. Marcel: „We gaan zelf meer doen met training en loopbaanontwikkeling. We hebben afgelopen tijd vooral als uitzendbureau gewerkt. Maar ook aan Hongaarse technische arbeidskrachten zal een tekort komen. We hebben al behoorlijk geïnvesteerd in diverse vakmanschap opleidingen waarvan we een deel zelf hebben verzorgd. In de toekomst gaan we dit alleen maar verder uitbreiden. Daarnaast hebben we maandelijks conform onze bedrijfsVCA certificering (vorig jaar nog behaald) een veiligheidscursus voor al onze monteurs.Het tekort aan technisch geschoolde mensen in Nederland is zo groot dat de Hongaarse poot altijd veel sterker zal groeien dan de Nederlandse poot. De Nederlandse aanwas zal veel kleiner zijn, omdat er daar een groter aanbod is. Marcel besluit: „Wij zijn niet uit op snelle winst die je creëert als je mensen uitbuit en onder slechte omstandigheden laat leven en werken. Onze werkwijze laat zien dat we het doen voor de langere termijn. Wij zien toekomst in de brug tussen Nederland en Hongarije. Onze wens? Een vestiging openen in Budapest, zodat de samenwerking nog nauwer wordt.“

Tekst en foto: © Karin Gabor & Michel Daenen2008info@make-it-happen.nl

De vele gezichten van duurzaamheid » (HiZ-10)
- impressie van een thema-avond van de HBN op 2 oktober in Den Haag -

Hoe duurzaam is de HBN?
„Wie heeft er hier in de zaal op de website van zijn bedrijf iets staan over duurzaamheid?“ Drie vingers gingen aarzelend omhoog. „En bij wie betekent het ook echt wat in het dagelijks werk?“ Geen vingers. Daar lag dus een schone taak voor de drie sprekers die HBN (Hungarian Business Network) die avond had uitgenodigd om het publiek wat bewuster te maken en wellicht tot actie over te halen als het over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en Duurzaamheid gaat. Martijn Laar (Berenschot), Jannis Cappon van Roeleveld- Sikkes Architects en Maarten Mortier (More Trees) namen de zaal ieder op hun eigen manier mee in het thema duurzaamheid. Drie verhalen van mensen die daadwerkelijk met MVO te maken hebben in hun werk: een ‘adviseur’, een ‘architect’ en een ‘bomenplanter’.

Zonder winst geen duurzaamheid
„Duurzaamheid is meer dan groen en je moet het alleen doen als je er ook daadwerkelijk winst mee kunt behalen“, geeft Laar aan.“Als het je bedrijf geen winst oplevert, moet je er niet aan beginnen. Dan is het binnen 2 jaar weer weg: of de persoon die het initiatief nam is vertrokken, of er is een cost-cutting operatie aan de gang en je bent weer bij nul. Je moet kunnen meten en aantonen dat het winst oplevert, of omgekeerd: dat je verlies lijdt als je het niet doet. Je ziet bijvoorbeeld dat duurzaamheid steeds meer een eis wordt van de overheid of van klanten. Als jij je productiewijze of producten niet aanpast en je concurrent wel, verkoop je dus straks niet meer.“ De avond stond in het teken van de „P“’s: Naast de P van Profit, hield Laar ook een betoog over de P’s van People en Planet. People ziet hij als goede werkomstandigheden en diversiteitbeleid, maar ook het nemen van je sociale verantwoordelijkheid als bedrijf voor de omgeving waar je werkt. De ware aard van de organisatie ten aanzien van duurzaamheid komt volgens hem naar boven als het echt moeilijk wordt. Als de organisatie voor een dilemma staat en toch voor duurzaamheid kiest. Planet gaat over wat je achterlaat en hoe je met je bronnen omgaat. De oplossing zit volgens Laar (zoals een echte consultant betaamt) in de drie R-en: Reductie, Recyclen en Regenereren. En daar kan je volgens Laar zelf verschil in maken. Je kunt bijvoorbeeld zelf besluiten om niet alle documenten die je via de email toegestuurd krijgt uit te printen.

Sociale verantwoordelijkheid versus milieukolonialisme
Mortier nam het stokje van Laar over en voegde nog wat P’s toe als Plezier, Passie en Prioriteiten. Met het bedrijf More Trees (zie ook artikel ‘Robinia bomen groeien tot in de hemel’ elders in dit blad) speelt hij op een winstgevende manier in op de duurzaamheids behoefte die in de markt aan het ontstaan is. Mortier gooit echter wel een knuppeltje in het hoenderhok: „Het klinkt mooi: sociale verantwoordelijkheid en eisen stellen aan je toeleveranciers, maar waar wordt verantwoordelijkheid nemen milieukolonialisme? Wie zijn wij om de mensen ‘daar’ te vertellen hoe ze het moeten doen, met onze Nederlandse Arbo-normen, terwijl ze al jarenlang op hun eigen manier werken? En ze als ze volgens onze normen zouden werken als enige in de hele omgeving met mondkapjes, brillen en gehoorbeschermers in hun ogen behoorlijk voor gek zouden lopen en in hun bewegingsvrijheid werden belemmerd? Moeten wij dan bepalen wat goed voor ze is?“

Het oog wil ook wat
Met de P van Projecten deed Cappon ook een duit in het ‘P’-zakje. Hij vertelde over de inzending van Roeleveld - Sikkes voor een prestigieuze Hongaarse prijsvraag. Het bureau is in Hongarije terechtgekomen via een Hongaarse stagiair. Inmiddels hebben ze een filiaal in Budapest, waarin hard aan de weg getimmerd wordt om Hongaarse projecten binnen te halen. Bijzonder aan Hongarije is dat er veel gewerkt wordt met anonieme prijsvragen. Dat maakt dat je ook als klein, voor hun onbekend bureau, kans hebt om te winnen. Roeleveld- Sikkes heeft een plan bedacht voor de bouw van het nieuwe regeringscentrum bij het station Nyugati in Budapest. Helaas is de prijsvraag uiteindelijk door een ander bureau gewonnen, dat naast de juiste politieke contacten ook aan de wens van zichtbaarheid had voldaan. Als een Hongaarse minister met zijn gasten langs het complex loopt, moeten die aan de buitenkant kunnen zien dat het duurzaam gebouwd is. Daar moeten dus zonnepanelen hangen, ook al bestaan er inmiddels betere technieken om energie te winnen, die echter minder zichtbaar zijn. Tja, typisch Hongaars zou je zeggen: de buitenkant is erg belangrijk. Maar de moderator van de avond, Pieter Rem, wist te vertellen dat er ook in ons nuchtere Nederland projecten bestaan waar de windmolens beneden aan een motortje hebben dat kan bijspringen als er iets te weinig wind staat om ons van duurzame energie te voorzien. Tja, misschien typisch menselijk dus?

Hongaars potentieel
Volgens Laar is duurzaamheid als thema in Hongarije nog niet zo bekend. In Nederland krijg je tegenwoordig kritiek als je niet duurzaam bezig bent. Voor Hongarije geldt dat volgens hem niet. Cappon nuanceert dat door aan te geven dat er vanuit de overheid wel steeds meer aandacht voor komt. De ontwikkelingen gaan sneller dan wij denken. Mortier buigt het onbekende om naar een kans: er ligt in Hongarije een enorm potentieel als het om duurzaamheid gaat. Kijk naar de enorme Robinia bossen. Hout dat te vergelijken is met tropisch hardhout, maar dan veel dichterbij alleen, het is nog niet ontdekt. Daarnaast is er ook nog eens een enorm potentieel aan landbouwgrond dat je kunt benutten voor herbebossing om zo CO2-neutraal te werken, prachtig toch?

En ik?
De heren hebben zich alledrie daadwerkelijk met het thema verbonden. Hun enthousiasme was duidelijk voelbaar in de zaal. Wellicht heeft het mensen aangezet tot nadenken: waar sta ik in dit verhaal? Zouden we de volgende keer meer vingers de lucht in krijgen wanneer de vraag: „Wie heeft er iets over duurzaamheid op zijn website staan en bij wie betekent het ook daadwerkelijk wat in het dagelijks werk“ wordt gesteld? Als u dan uw vinger opsteekt, zorg dan in ieder geval dat het winstgevend is en dat u waarmaakt wat u belooft, want, loze beloftes komen in ons huidige e-tijdperk volgens Laar altijd boven tafel. Het zou jammer zijn als de goede intentie zou eindigen met de P van Pijnlijk. Laat het liever de P van Prachtig worden!

Tekst: ©Karin Gabor & Michel Daenen 2007

Robinia bomen groeien tot in de hemel » (HiZ-10)

Maarten Mortier is een man met een missie. Samen met zijn compagnon Cor Denneman, een aantal investeerders en samenwerkingspartners zet hij zich in voor meer groen in de wereld. Na Nederland, Turkije en Costa Rica is Hongarije nu aan de beurt om door More Trees veroverd te worden. Op het kantoor van Forest Returns/More Trees Consultancy, midden in de bossen van Austerlitz op de Utrechtse Heuvelrug zijn we in gesprek met Maarten Mortier, partner van More Trees Consultancy. De plek heeft een bijzondere combinatie van klassiek en modern: antiek meubilair en naambordjes met termen als ‘rentmeester’ en ‘consulkamer’ aan de ene kant en een hypermodern communicatiemiddel als een zogeheten Eyecatcher aan de andere kant. Terwijl we in gesprek zijn, horen we de vogeltjes in het bos fluiten.

Bomen planten
„Doen wat je hart zegt wat je moet doen en niet wat je pensioenbedrijf zegt. Ik heb vertrouwen in de toekomst, in mezelf en in mijn partner. Dat is het fundament. Ik werkte voordat ik hiermee begon in veel verschillende bedrijven en zag helaas veel niet gemotiveerde mensen. Weinig mensen hadden intrinsieke drijfveren, die werkten alleen voor het geld en niet omdat ze dat werk graag wilden doen“, zegt Maarten. „Ik wilde het anders doen en begon te werken op een boomkwekerij. Dat was heel leerzaam. Met mijn voeten in de klei. Bomen planten smaakte naar meer en ik ben in 1994 begonnen met het bedrijf More Trees Consultancy. Ik wilde de kennis van het kweken en planten van bomen verbeteren in Nederland. Later heeft dat zich verder ontwikkeld en ben ik meer de projectontwikkeling en consultancy in gegaan. De centrale vraag die ik stelde was: Hoe kan ik op een duurzame manier investeren in bosbouw en natuur en daar toch nog een economisch rendement mee behalen? „

Ongewenste vluchteling
Maarten: „Ik wilde dus zowel ecologisch als economisch rendement. Ik heb toen bosbouw bedrijven in Nederland opgericht. Ik onderzocht welke bomen het goed zouden doen en kwam uit bij de Robinia pseudoacacia. Die boom kan op alle vlakken wedijveren met tropisch hardhout. De Robinia was rond 1600 vanuit VS naar Europa gehaald door meneer Robin. Daarom heet de boom ook Robinia. Het is een exoot en daarom beschouwt men hem als niet-natuurlijk, als een vluchteling en die is ongewenst. In Nederland ben ik onderzoek gaan doen: welke soorten Robinia bomen zijn in Nederland goed ingeburgerd (dat betekent in dit geval, welke gedragen zich goed en drukken geen andere bomen weg?). En die heb ik verder gekweekt. Uiteindelijk heeft dat geleid tot prachtige aangelegde bossen in Nederland.“

Europees hardhout in de kachel
„In Hongarije is veel kennis over de Robinia. Het is niet toevallig dat het standaardwerk over de Robinia, ‘The Black Locust’ door een Hongaar is geschreven, Keresztesi. We hoeven voor Hongarije dus niet alles opnieuw uit te vinden wanneer we daar met Robinia aan de slag willen. Het is een sterke boom: zelfs waar niets meer wil groeien, groeit in Hongarije en Roemenie nog Robinia. Het wordt daar veel gebruikt voor kachelhout, maar dat is ook zonde, als je bedenkt dat je er veel duurzamere dingen mee kunt doen door het te gebruiken als constructiemateriaal. Er blijft dan na verwerking nog voldoende biomassa over om de kachel mee te stoken.“ „We gebruiken Robinia in Nederland momenteel vooral voor bruggetjes, bankjes in het landschap (landschapsmeubels) en voor waterbouw (langs de kanten van sloten etc.). Het meeste van het Robinia hout wordt nu geïmporteerd uit Hongarije“, zegt Paul Fransen van Fransen Houtverwerkingsindustrie, die inmiddels via de Eyecatcher deelneemt aan het gesprek. Het is door deze moderne techniek alsof hij er gewoon bij zit, terwijl hij zich op dat moment in zijn kantoor in Deurne bevindt. „We maken er ook speeltoestellen van. Je kunt er ook gevelbekleding van maken. Momenteel leveren we aan een winkelcentrum in Arnhem voor een groot terras in het centrum.“

Bomen werden Landgoederen
Maarten: „We proberen dus een oplossing te vinden voor het combineren van economisch en ecologisch. Ik begon met bomen, maar al gaande weg werd het groter. Inmiddels hebben we (Cor Denneman en Maarten) een totaalconcept ontwikkeld rondom duurzaamheid: duurzaam toerisme, energiewinning en -gebruik, landbouw, educatie. Hierdoor is zowel de korte als lange termijn ecologische en economische duurzaamheid geborgd. We richten een lokaal bedrijf op en de mensen die daarbij betrokken zijn worden mede-eigenaar als ze dat willen. We sluiten zo nauw mogelijk aan op de lokale situatie en lokale gebruiken. Dit hebben we al op een paar plekken gerealiseerd zoals: Turkije, Costa Rica en in Nederland.“

Schone lucht heeft een prijs gekregen
„We investeren met vreemd kapitaal, benutten subsidies en laten bedrijven hun CO2 uitstoot afkopen. Als je tegenwoordig CO2 uitstoot, moet je betalen. Dan kan je twee dingen doen: minder uitstoten of compenseren door nieuwe bomen te planten. Je wordt dan geen eigenaar van de bomen, maar koopt je vervuiling af. Bedrijven betalen voor het planten van bomen. Via samenwerkingspartner Trees for Travel wordt zo de CO2 uitstoot van het vliegverkeer afgekocht. Ook op het gebied van waterbeheer en fijnstofvastlegging blijken bomen heel waardevol. Vijftien jaar geleden had niemand er over nagedacht en nu krijg ik ineens geld voor het planten van bomen.“

Imagoschade door ‘fout broertje’
„Beleggen in hout is toch risicovol?“, vragen wij van Hongarije In Zaken ons af, „je hoort allerlei verhalen over teakfondsen waar het fout gaat“. Mortier: „Dat klopt, het imago van beleggen in bossen loopt schade op doordat het bij een aantal teakfondsen niet goed gaat. Particulieren kopen daar alleen maar een boom, en niet de grond. Deze teak ondernemingen zijn meestal niet transparant: je hebt als leek geen benul van wat er waarom gebeurt en hoeveel dat zou moeten kosten. Daarnaast is het ook zo dat er bij een aantal teakfondsen gewoon sprake was van mismanagement en oplichting: de planter ging er met de kas vandoor. Dat is jammer, want bosbouw is juist een heel aantrekkelijk concept. Onder andere doordat het anticyclisch is. Je hebt een voorraad die weinig onderhoud nodig heeft en die je op kan pakken als de prijs goed is. Wij hebben een goed trackrecord, zijn goed beoordeeld in consumentengidsen. Wij zijn optimaal transparant. Wij richten ons op het bedrijfsleven als partners, en niet de particuliere investeerder. In Nederland hebben investeerders gemiddeld 7 à 8 % rendement op de bossen, zonder dat er gekapt is. Verwachting van Hongarije is tussen de 10 en 15 % rendement“.

Kansen voor de Hongarije In Zaken lezers?
We gaan het concept nu ook in Hongarije toepassen, omdat we daar een aantal voordelen zien: het land is lid van de EU, het is relatief dichtbij, het heeft over een paar jaar de Euro en is daarom een zekere investering. Het is nog betaalbaar, het is een bosbouwland en er is interesse. En ik heb er binding mee vanuit het verleden, want ik heb daar eerder een project gedaan. Er kunnen in Hongarije veel dingen gedaan worden om het rendement te verbeteren. Dus daar hebben wij toegevoegde waarde. Je kunt de bomen bijvoorbeeld veel efficiënter zagen: nu wordt van het beste hout van de boom wijnstokken gemaakt voor wijnboeren, terwijl je er ook kozijnen uit kunt halen. We bieden straks veel mogelijkheden voor investeerders als mede eigenaar in het landgoed concept. Je krijgt een goed product, met een mooi rendement en het draagt nog bij aan een betere wereld ook. Ook kunnen mensen straks echt naar hun investering gaan kijken en er gebruik van maken: ze kunnen er jagen, wandelen of vakantie vieren, we zorgen voor een totaal beleving. Naast beleggers zijn er voor ondernemers ook veel kansen. Er moeten activiteiten ontplooid worden zoals woningbouw en toerisme. We hebben dus mensen nodig die onderdelen van het project onder hun hoede willen nemen. Wie weet bevinden die zich wel onder de Hongarije In Zaken-lezers, dus bij deze zijn ze van harte uitgenodigd om contact op te nemen, als het concept ze aanspreekt en ze serieus denken iets toe te kunnen voegen.“

Meer informatie? www.moretrees.nl; mortier@moretrees.nl

Tekst: ©Karin Gabor & Michel Daenen 2007

ONDERNEMEN OP HET PLATTELAND VAN HONGARIJE » (HiZ-9)

In de winter van 2004/2005 kochten we een stuk land met opstal aan de rand van het Bükk gebergte in Noord Oost Hongarije. Oorspronkelijk was het alleen bedoeld als vakantiehuis, maar al gauw nodigde de plek ons uit tot grotere plannen. Inmiddels bouwen we er aan een kleinschalig conferentieoord met 10 gastenkamers, een woongedeelte voor onszelf, een conferentiezaal en een tuin met een aantal wellnessfaciliteiten. Als alles mee zit gaan we open in het najaar van 2008. Na inmiddels drie jaar samen met Hongaren te hebben gebouwd aan deze plek leek het ons aardig om wat van onze ervaringen met u te delen. Natuurlijk is het niet generiek, maar wellicht dat onze ervaringen interessant zijn en tips bevatten waar de Nederlandse ondernemer op het Hongaarse platteland zijn voordeel mee kan doen.

Let op met wie je zaken doet
Klinkt logisch, maar onze ervaring was dat je juist ook aan de Nederlandse kant op moet passen met wie je in zee gaat. We waren onze zoekactie naar Hongaars vastgoed gestart via internet en kwamen zo met een Nederlandse ‘makelaar’ in contact die ons ook het object toonde dat we uiteindelijk gekocht hebben. Gelukkig hebben we zelf met de burgemeester in het dorp kunnen praten en die vertelde
ons dat het bestemmingsplan heel anders was dan de Nederlandse makelaar ons wilde doen geloven. Ook hebben we met de toenmalige eigenaar gesproken en bleek de deal er toch anders uit te zien dan de Nederlanders zeiden. Als we via die makelaar zaken hadden gedaan,
hadden we twee keer zoveel betaald als de eigenaar had gekregen, hadden we minder land dan ons was beloofd en was er geen garantie geweest op blijvend vrij uitzicht naar de bergen. Probeer dus altijd meer te weten te komen voordat je zaken doet, door bijvoorbeeld te praten met de burgemeester of met de buren.

Laat je niet afschrikken
Toen we het dak van het hoofdgebouw wilden laten vervangen zijn we op zoek gegaan naar goede Hongaarse dakdekkers. Er kwamen er twee langs en beiden gaven ons de indruk dat het onbegonnen werk was. Eerst dachten we dat ze het zeiden om de prijs wat op te voeren (als je doet of het erg moeilijk is, is een hogere prijs immers verantwoord) maar dat bleek niet het geval. Het was meer een uiting van de algemene toch wel pessimistische houding van Hongaren. Laat je er niet door van de wijs brengen. Inmiddels is het dak vernieuwd en spreekt men in het dorp vol lof over het resultaat met de extra woonlaag die zo is ontstaan).

Andere omstandigheden vragen andere oplossingen
Denk niet dat je met je eigen Nederlandse bouwkennis er ook wel komt. Wij wilden aanvankelijk een PVC-dakgoot aanleggen, maar gelukkig werden we er door de Hongaren op gewezen dat zulke dakgoten binnen een winter kapotvriezen door het soms extreme landklimaat. Wij hebben dus op hun aanraden voor aluminium gekozen. Een Nederlandse investeerder in de buurt van Boedapest was echter
eigenwijs en heeft een grote loods ‘op z’n Nederlands’ gebouwd. Helaas had hij er geen rekening mee gehouden dat er in Hongarije meer sneeuw valt dan in Nederland en zijn dak is dan ook volledig ingestort de eerste winter na oplevering. Aan de andere kant moet je ook weer niet met alle gewoonten meegaan. Zo hebben ze bij ons op het platte land nog nooit van grondverf gehoord. Men is gewend alles na een paar jaar weer te verven (mankracht kost toch niet veel). Daar zijn we niet in mee gegaan en we hebben de grondverf dus maar uit Nederland meegenomen.

Ons kent ons
Netwerken zijn heel belangrijk in Hongarije. In kleine dorpsgemeenschappen kent iedereen elkaar. En of je het in de gaten hebt of niet, er wordt naar je gekeken en over je gepraat. Of men je dan mag of niet maakt veel uit voor de medewerking die je kunt verwachten. Daar kun je dus zelf veel aan doen, door je open, vriendelijk en bescheiden op te stellen. Toen wij onze overbuurvrouw vertelden wat er allemaal in het hoofdhuis verbouwd zou worden zei ze ‘weet ik’… de aannemer bleek de man van een van haar kleindochters te zijn. Juist omdat iedereen op elkaar let kan het zakendoen in een dorp een groot voordeel opleveren: de Hongaar is trots en wil dus niet te boek staan in het
dorp als iemand die slecht werk aflevert. Zaken doen met een bekende uit het dorp is op die manier een ongeschreven en levenslange garantie voor geleverd werk.

Wachten tot je een ons weegt
Het eerste jaar hadden we ramen en deuren afgenomen van een kennis van de aannemer (belang van netwerken). Hij had het goed gedaan en wij wilden een jaar later voor de overige ramen ook wel bij hem terecht. Het waren er behoorlijk wat, dus wij dachten: ‘leuke klus voor
hem, kan hij behoorlijk aan verdienen’. Hij beloofde binnen een week met een offerte te komen. Maar, ook na herhaaldelijk aandringen, hebben we geen papiertje gezien. Inmiddels –driekwart jaar laterzijn er wel ramen besteld en worden ze binnenkort ook geplaatst, maar dat
gaat allemaal met mondelinge offertes. Ondernemers zijn vaak niet gewend geschreven offertes uit te brengen. Daar kun je vaak lang en soms tevergeefs op wachten. De reden? We kunnen er alleen naar gissen. Mogelijk heeft het iets te maken met zichtbaarheid dan wel
onzichtbaarheid naar de belastingdienst toe. Wij leggen zelf namelijk wel altijd afspraken met de mensen waarmee we werken vast op papier, om iets te hebben om op terug te vallen en daar zetten ze zonder problemen hun handtekening onder.

Check check dubble check
Hoewel je offertes dus niet op papier krijgt, zijn officiële papieren weer wel heel belangrijk. Zo is er onlangs bij de aanschaf van een tweede pand door het ontbreken van een officieel papier een bijbehorend wijnkeldertje aan onze neus voorbij gegaan. De eigenaar van het huis bleek de kelder niet te kunnen verkopen omdat hij abusievelijk nog op naam van een zwager stond. Jammer, maar helaas. En het feit dat je transacties via een advocaat regelt, zegt ook niet alles. De ene checkt alles keurig, de ander maakt zonder jou of je paspoort gezien te hebben een acte op. Je moet zelf -of door iemand die je helemaal vertrouwt- de papieren checken voor je tot een transactie overgaat, (bijv.
bij een object of het schuldenvrij is of dat er beperkende rechten/plichten op zitten) zodat je weet waar je voor tekent.

Spreek de taal
Ja, Hongaars is een moeilijke taal om te leren, maar als je van plan bent langere tijd zaken te doen met Hongaren loont het zeker de moeite. Veel mensen op het platteland spreken geen andere taal dan het Hongaars (behalve een beetje Russisch dan), dus dan is het een ‘must’ basis Hongaars te kennen. Anders dan in sommige andere landen is de Hongaar op het platteland zeer bereid jouw ‘kinder- Hongaars’ te verstaan. Ze waarderen het enorm als jij je best doet hun taal te spreken, helpen je met je zinnen, waardoor je in de praktijk snel kunt bijleren.

Waardigheid
Eer is voor een Hongaar erg belangrijk. Zorg dat hij zijn eer of waardigheid behoudt. Zo hadden we met een van de bouwers een lang gemaakte afspraak dat hij afgelopen augustus een aantal badkamers op zou leveren. Voor ons was die oplevering belangrijk, omdat die cruciaal was voor de voortgang van een aantal andere zaken. De bouwer liet zich de eerste weken van augustus niet zien en eind augustus begon hij mondjesmaat. Toen we hem daarop aanspraken was de respons: “Ja, jullie familie liep hier de afgelopen weken rond en de bouw is heel gevaarlijk. We konden dus niet veel doen omdat zij er waren.” Een onzinsmoes, dat wist iedereen. De feitelijke reden was dat hij dubbel werk aangenomen had. Ook dat wist iedereen, maar door wel het signaal af te geven, maar er verder niet op door te gaan, is zijn eer gered en onze boodschap overgekomen. We zijn overigens wel benieuwd of de badkamers in oktober wel klaar zijn (wat hij ons heeft
verzekerd).

Praten, praten, praten
Hongaren houden van gezelligheid en kletsen over van alles en nog wat. Dus weet dat als je met ze werkt dat het ook heel gezellig zal zijn en soms minder efficiënt dan wij gewend zijn. Voor we zelf met bouwen begonnen zagen we bij wegwerkzaamheden geregeld groepjes
mannen langs de weg staan, die druk met elkaar in overleg waren. Eenmaal zelf bezig, kwamen we er ook achter: als er een probleem is, wordt het werk neergelegd en gaan ze met z’n allen overleggen. Iedereen bemoeit zich ermee en ondertussen gebeurt er niets. Wel is de
oplossing waar ze mee komen vaak erg goed en inventief, maar het kost ook veel tijd.

Drank hoort erbij
Onlangs was er een programma op de Nederlandse tv waarin iemand verkondigde: “ik hoef natuurlijk niet uit te leggen dat drank en werk niet samengaan. Dat is vanzelfsprekend.” Nou, op het platte land is dat in Hongarije niet het geval. We durven zelfs te stellen dat
het omgekeerd is. Palinka, witte of rode wijn, vaak huisgemaakt, het hoort erbij en het zal je vaak worden aangeboden. Weet dat zakendoen vaak ook gebeurt tijdens het gezellig met elkaar drinken. Al hou je niet van alcohol, toch is het verstandig niet altijd af te slaan wanneer
het je wordt aangeboden. Maar, je kunt er wel een en ander aan doen om te zorgen dat er nog enige ‘nuchterheid’ is. Het eerste jaar gingen er bij ons liters wijn doorheen, omdat de werklui om het uur een glas wijn wilden, want ze hadden dorst. Op een gegeven moment kwam
er een overbuurvrouw naar ons toe (ze zien alles) om te vertellen dat we de wijn prima met water konden aanlengen. ‘Dat is beter voor de mannen en ook beter voor het werk en ze merken het niet eens’, vertelde ze ons.

Elk nadeel heb z’n voordeel
Er is veel werkloosheid op het platteland, zeker in het Nood Oosten van Hongarije. Dat betekent ook dat mensen blij zijn met het werk dat er is. Biedt de mensen die willen en kunnen goede mogelijkhedenbij je, behandel hen met respect en je hebt zeer loyale en bekwame werknemers en opdrachtnemers aan hen. Zo hadden we afgelopen zomer een klusjesman die we voor een maand hadden ingehuurd. Hij had het zo op prijs gesteld dat hij de dag van ons vertrek om 5.30 uur ’s morgens bij ons voor de deur stond: “ik dacht, ik kom even helpen met inpakken voor jullie terugreis”.

Ten slotte
Heb geduld. Weet dat het allemaal langer duurt dan je wellicht in Nederland gewend bent. Aanvankelijk wilden we de
zomer van 2007 volledig klaar zijn, maar nu zijn we blij als we volgende zomer het binnengedeelte af hebben. Ons streven is
nu om het in het najaar van 2008 open te stellen voor workshops, trainingen en andere bijeenkomsten. Het bouwen kost
veel tijd, maar als het eenmaal klaar is, is het een prachtige plek waar door veel mensen multicultureel en met grote toewijding
aan is gewerkt èn waar hopelijk velen in de toekomst van zullen genieten.

Meer info?
info@make-it-happen.nl of www.make-it-happen.nl
info@movetobalance.nl of www.movetobalance.nl

» Tekst: ©Karin Gabor & Michel Daenen 2007

Het dagboek van Dzsingisz Gábor » (HiZ-9)

Hongarije is sinds 2004 lid van de Europese Unie. Formeel voldoet het land aan de eisen om deel uit te kunnen maken van deze gemeenschap, maar hoe zit het als je wat verder kijkt? Dzsingisz Gábor, oud staatssecretaris van Landbouw, die de laatste zeven jaren voor zijn pensioen in Hongarije heeft gewerkt als landbouwraad van Nederland heeft in die periode dagboekaantekeningen gemaakt over de situatie. Afgelopen jaar zijn deze aantekeningen in boekvorm uitgebracht. Hongarije in Zaken sprak met hem over zijn boek.

Voordat we het onderwerp aan de redactie voorstellen, hebben we als correspondenten onderling eerst nog enige discussie. „Kunnen we dat wel doen als correspondenten, in het kader van transparantie en belangenverstrengeling en zo?“ Uiteindelijk wint de motivatie ‘het is een boodschap waar de lezer wat aan heeft’ het van de twijfel. Dus een aantal dagen later zitten we met onze (schoon)vader op de bank om hem te interviewen. Na wat koetjes en kalfjes over ons kersverse ouder- en opaschap, gaan we over naar het boek.

„Je hebt een boek geschreven over je ervaringen die je in Hongarije hebt opgedaan tijdens de periode dat je daar landbouwraad was.“
„Nou, ik ben niet begonnen met het idee een boek te schrijven. Dat is meer vanzelf ontstaan.“

„Wat bracht je er dan toe?“
„De verbazing. Toen ik in 1998 in Hongarije aan de slag ging, had ik verwacht dat het land zich al veel meer aangepast zou hebben aan de Europese cultuur. Ik had een Civil Society verwacht die democratisch was, maar dat bleek helemaal niet het geval. Ik ben gaan opschrijven wat ik meemaakte.“

„Zoals?“
„Bijvoorbeeld een sessie in het Parlement. Het parlement stemde een minister af nadat hij zijn beleid had verdedigd en de minister bleef gewoon zitten. Dat zou in Nederland ondenkbaar zijn. Als het parlement geen vertrouwen heeft in een bewindspersoon, dan moeten er maatregelen volgen. De verhoudingen kloppen niet als je het vanuit een democratie bekijkt. Een ander voorbeeld van iets waar ik echt van stond te kijken gebeurde net vóór de toetreding tot de EU. De Nederlandse overheid stelde een aantal midden en oost Europese landen voor om een conferentie te organiseren over het hoe en wat binnen de EU (hoe onderhandel je?, wat zijn regels? etcetera). Ook de Hongaarse hogere ambtenaren hadden aangegeven dat hier belangstelling voor was. Nederland heeft veel tijd en moeite gestoken in de voorbereidingen voor die conferentie, een jaar ging eraan vooraf. Er was veelvuldig overleg met de Hongaarse vertegenwoordiger. Alles leek prima te verlopen en 12 uur voordat het vliegtuig naar de conferentie vertrok kwam er een telefoontje dat de Hongaren niet kwamen. „Ik ga niet naar een kleuterschool“, was de uitleg die gegeven werd. Dat heeft de betrekkingen geen goed gedaan, maar het is wel typisch Hongaars. Vriendelijk, geen nee zeggen, maar als het puntje bij paaltje komt, toch je eigen weg gaan.“

„Gaat het dan over het functioneren van de overheid?“
„Nee, het gaat over het democratisch gehalte van het land. De overheid speelt daarin een belangrijke rol, maar het gaat om de manier van omgaan met elkaar. De overheid intern, de overheid met z’n burgers, maar ook bedrijven en hun werknemers.“
„Voor mij gaat het in een democratie om menselijke waardigheid. Dat komt tot uiting in de verhoudingen op de werkvloer, de manier waarop je te woord gestaan wordt door officiële instanties, hoe men onderling met elkaar omgaat in het zakelijk verkeer.
Er is in de Hongaarse samenleving nog geen sprake van gelijkwaardige verhoudingen. Kijk naar instanties hoe die je behandelen als je als burger iets wilt regelen: je mag blij zijn als je geholpen wordt.“

„Heeft de titel „Hongarije halverwege in Europa“ hier ook iets mee temaken?“
„Ja, aan de oppervlakte is Hongarije onderdeel van de Europese samenleving, maar eronder nog niet. De formele democratie moet met democratische inhoud gevuld worden. Dat gaat over mentaliteit, opstelling, verhoudingen, respectvol zijn naar elkaar.“

„Wat is de formele democratie?“
„Alles wat met regeltjes temaken heeft en de formele structuren. De financiële wereld en bedrijfsvoering en dergelijke heeft men razendsnel gekopieerd, maar de gedachten van de mensen werken nog heel anders.“

„Maar je kunt toch niet zeggen dat Hongaren geen respect hebben voor elkaar?“
„Je moet in de Hongaarse samenleving een onderscheid maken tussen het persoonlijke en het zakelijke. In het persoonlijke verkeer gaat men respectvol met elkaar om en als een Hongaar je als zijn vriend of zelfs als familie beschouwt, dan gelden er andere regels. Maar zodra het puur zakelijk wordt (dus zonder vriendschap) gelden er andere regels en normen. Dan gelden ‘afspraak = afspraak’ en transparantie niet. Dat zijn we in een democratie niet gewend.“
„Je ziet trouwens ook een groot verschil tussen de nieuwe generatie en de mensen van 35 jaar en ouder die nog onder het oude regime hebben gediend. De oudere generatie denkt nog in „Wie is de baas?, je moet doen wat de baas wil, anders wordt je ontslagen“. Met angstgevoel eigen belangen verdedigen, dat is wat ze doen. De nieuwe generatie is daar wars van.“

„Is dat dan ook de doelgroep van het boek?“
„Ja, ik heb het gericht op de mensen die de situatie zouden kunnen veranderen. Dat zijn de intellectuelen, de top van het bedrijfsleven, politici en de nieuwe generatie aan de universiteiten. De nieuwe generatie, onder de 35 is echt veel belovend. Hoog opgeleid, ze willen wat bereiken, weten van aanpakken.“

„Het boek is in het Hongaars geschreven. Je hebt al vaker aangegeven dat je geen ambities hebt om het boek te vertalen, waarom?“
„Dat heeft met de doelgroep en de context temaken. Het boek bevat 400 dagboekaantekeningen waarin allerlei personen en plaatsen/straatnamen worden opgevoerd. Een Hongaar weet dan precies over wat of wie ik het heb. Die context zegt een niet-Hongaar niets en daarmee verliest het boek z’n kracht. Het is geen literair dagboek, maar een politiek bestuurlijk en maatschappelijk dagboek.“

„De intellectuele top en het bedrijfsleven kunnen dus dingen veranderen, maar moet er dan ook echt veranderd worden?“
„Tja, dat hangt er vanaf wat men wil. Als Hongarije een democratisch land wil worden, dan moet er zeker veel veranderen, anders is het een lege huls. Men kan er echter ook voor kiezen om een hiërarchische cultuur te houden, maar dan kunnen we niet spreken van een democratie.“

„We hebben het in dit gesprek tot nu toe over wat de Hongaren moeten doen om meer inhoud te geven aan hun ‘Europeaan zijn’, maar in het kader van gelijkwaardigheid, wat kunnen wij, de West-Europese landen, van de Hongaren leren in datzelfde licht? Uiteindelijk gaat het toch om een samensmelten waarbij je het beste over probeert te houden.“
„Václav Havel heeft daar een aantal boeken over geschreven, waarin hij aangeeft ‘we brengen ook iets mee’. Met hem denk ik dat ze het beschouwende en de ‘jeu van het leven’ meer meebrengen. Ze voegen een extra dimensie toe aan het rationele, dat voor ons vaak bepalend is. Ze leren ons meer te leven.“

„En als je het over samenwerking hebt, wat zou een mooie Nederlands
Hongaarse samenwerkingscombinatie zijn?“

„De Nederlandse rationaliteit gecombineerd met de Hongaarse creativiteit en het verrassende improvisatievermogen. Hongaren weten enorm creatief problemen op te lossen die gaande weg ontstaan.“

„En qua sectoren, waar zouden Nederlanders zich in Hongarije op kunnen richten?“
„Logistiek. In Hongarije gaat alles mis wat met logistiek temaken heeft. Zo hebben we in mijn tijd als landbouwraad bemiddeld in de appelteelt. We hebben Nederlandse knowhow naar Hongarije gehaald. Een aantal jaren later gingen we kijken hoe het op het bedrijf ging. Er hingen prachtige appels. Er was echter een probleem. De prachtige appels werden geplukt en vervolgens op een oude kar naar Boedapest gereden. Tegen de tijd dat men in de stad was, was het appelmoes en waren ze onverkoopbaar geworden. Logistiek, vermarkten van producten en diensten, Toerisme en PR zijn vakgebieden waar Nederlanders goed op in zouden kunnen springen in Hongarije. En landbouwtechniek, daar liggen prachtkansen, maar ik zal niet te veel over landbouw praten.“

„Heb je ook tips, wat wel en niet te doen?“
„Dat hangt erg van het soort onderneming af waar je het over hebt. Een wat groter bedrijf moet je echter nooit op afstand runnen.“

„Hongarije halverwege in Europa, geldt dat ook voor de invoering van de Euro? Wanneer verwacht je dat die er komt?“
„Tja, dat is moeilijk te zeggen. Op het moment dat een regering maatregelen neemt om aan de Europese normen te voldoen, duurt het nog minstens 3 jaar voordat de Euro ingevoerd mag worden (Brussel wil eerst resultaat zien voordat het instemt). Maar dan moet er wel eerst een regering zijn die het lef heeft om de maatregelen te nemen. En dat moeten ze dan in het begin van hun regeringsperiode doen, want anders stevenen ze bij de volgende verkiezingen af op een nederlaag.“

„Nu zijn er geen maatregelen genomen en de volgende verkiezingen zijn in 2010 dus we kunnen stellen dat er voor 2013 geen Euro zal zijn?“
„Ik denk dat je die conclusie wel kunt trekken ja.“

„Men zegt altijd: voordat een man kan sterven moet hij drie dingen gedaan hebben: een kind op de wereld zetten, een boom planten en een boek schrijven. Een kind en een boom waren al gelukt, nu is er ook een boek, is het daarmee volbracht?“
„Zolang ik kan probeer ik mijn steentje bij te dragen en daarnaast geniet ik op dit moment ook erg van mijn familie. Zo, mag ik nu mijn kleinzoon even op schoot?“

Jenö Dzsingisz Gábor werd in 1940 geboren in de stad Györ in Hongarije. Omdat zijn vader tot de intellectuelen behoorde, werd het Dzsingisz verboden goed onderwijs te volgen. Hij dook onder bij zijn zus en zwager om toch naar school te kunnen gaan. In 1956 vluchtte hij met zijn moeder en zus naar Nederland. Vrijheid en democratie zijn voor hem belangrijke sleutelwoorden geworden. Daar is hij zich reeds in zijn studententijd en later als afgestudeerd econoom op verschillende manieren voor in gaan zetten. Zowel in het Nederlandse binnenlandsbestuur (rijks- en gemeenteambtenaar en burgemeester) en de politiek (gemeenteraad, provinciale staten, staatssecretarisschap en tweede kamer lidmaatschap voor het CDA) als ook in Europees verband (Pax Romana, Landbouwraad voor Nederland in Hongarije).
Ook na zijn pensioen is hij op het terrein van de democratie actief gebleven. Zo geeft hij vele lezingen die met dit thema verband houden en heeft hij zitting in diverse commissies, zowel in Nederland als ook in Hongarije.

Voor meer informatie over J.D. Gabor, zijn boek en visie: www.gaborvisie.nl

Tekst: ©Karin Gabor & Michel Daenen 2007

DUURZAAMHEID BIEDT KANSEN VOOR ONDERNEMERS IN HONGARIJE » (HiZ-8)

Terug van weggeweest op de mondiale agenda: duurzaamheid! Voorheen werd aandacht voor het milieu geassocieerd met ‘geitenwollen sokken’, eikeltjeskoffie, idealisme en drie keer soppen met hetzelfde theezakje. Maar, die tijd ligt voorgoed achter ons. In plaats van soft, wordt het steeds ‘hotter’ om met duurzaamheid bezig te zijn. En voor ondernemers biedt het grote kansen. In Nederland, maar zeker ook in Hongarije.

Waar gaat het eigenlijk over?
Het woord ‘duurzaamheid’ wordt wel veel gebruikt, maar wat bedoelt men ermee? Het Brundtland Report (WCED, 1987) gebruikt als definitie: “Sustainable development is development that meets the needs of the present without compromising the ability of future generations to meet their own need.

De Nederlandse overheid (Senter- Novem) heeft het als volgt vertaald: “duurzame ontwikkeling is het op gang brengen van ontwikkelingen waarbij sociaal-economische, ecologische en culturele aspecten in dynamisch evenwicht zijn en levert als resultaat op dat na ons komende generaties dezelfde kansen hebben om in hun behoeften te voorzien als de huidige.” Kort gezegd: duurzaamheid is een sociaaleconomische, ecologische en culturele balans. Duurzame ontwikkeling richt zich dus niet alleen op het milieu. Het gaat om het vinden van een gezonde en structurele balans tussen sociaal-economische ontwikkeling, de natuurlijke omgeving en maatschappelijk welzijn. En, hoewel het dus niet alleen om het milieu gaat, is men wel degelijk van mening dat we niet op onze huidige manier door kunnen gaan. De geluiden over de film van Al Gore “An inconvenient truth” zijn verschillend, maar toch is men ook in de politiek van mening dat er iets moet gebeuren. De CO2 uitstoot moet omlaag, maar even zo belangrijk: onze fossiele brandstoffen blijven niet oneindig bestaan, om het punt van de afhankelijkheid van de oliestaten nog maar even buiten beschouwing te laten. Dit vraagt om creatieve oplossingen en vernieuwing: een kans voor ondernemers dus.

Alternatieve energie als oplossing?
In Nederland bloeit de discussie over het al dan niet afschaffen van de gloeilamp volop. Ook roept men op tot onderzoek naar alternatieven voor de fossiele brandstoffen. De consument wordt aangespoord om zuiniger met energie om te gaan door te wijzen op de financiële besparing die het kan opleveren. Helaas zijn de subsidies voor particulieren om energiebesparende maatregelen in en rond het huis te nemen niet langer van kracht. De energiebedrijven spelen op het item in met ‘groene stroom’. En de Nederlandse overheid heeft besloten dat ze vanaf 2010 alleen nog duurzaam gaat aanbesteden, wat grote gevolgen voor de leveranciers van producten en diensten kan hebben. En hoe zit dat in Hongarije? Is men daar ook bezig met duurzaamheid en energiebesparing? Al snel bleek dat er een enorm potentieel is om in Hongarije duurzaam te bouwen. De stijgende energieprijzen en de beperkte fossiele brandstofvoorraden zijn belangrijke factoren: de particulier voelt vanuit zijn portemonnee een sterke motivatie voor energiebesparende bouw. Ook leeft Kwaliteit van Leven heel erg in Hongarije. Ze horen nu bij Europa en willen ook hun levensstandaard verbeteren. Dat in het achterhoofd houdend, moet je wel op een bepaalde manier opereren om ook succes te hebben. Zo ontdekten de mannen dat Hongaren de basis van Q-bouw, namelijk houtskelet bouw, aanvankelijk als goedkoop en niet goed zagen: “Een echt huis is van steen, niet van hout.” Echter, je kunt Q bouw precies zo afbouwen als je het zelf wilt. Je kunt er bij de afbouw dus ook gewoon een huis van steen van maken. Q bouw is inderdaad goedkoper dan de huidige Westerse manier van betonbouw, maar het doet zeker niet goedkoop aan. Het comfort in de huizen is juist hoger dan in de gemiddelde ‘moderne’ woning. Om het vooroordeel van niet goed en goedkoop aandoend te ontkrachten hebben ze de geïnteresseerde Hongaren in Nederland uitgenodigd om naar Q-woningen te komen kijken. Dit heeft voor een ommekeer gezorgd. Ze waren overtuigd en zien Q bouw nu als een goede optie in het luxere segment.
Om de productie ook zo duurzaam mogelijk te doen, willen Jan Paul en Dries zoveel mogelijk werken vanuit Hongarije zelf. Het heeft nadelen als alles uit Nederland geïmporteerd moet worden. Als je het ter plekke doet, scheelt dat in de kostprijs en het is ook beter voor het milieu, dus past het ook weer beter bij het predikaat duurzaamheid. Ze zijn een zoektocht gestart naar een Hongaarse partner en hebben die na veel speurwerk en investeren in contacten gevonden. Het investeren in het sociale aspect is van groot belang om deze onderneming te laten slagen, geven beide heren aan. En, hoewel Hongaren open staan voor innovatie, en er veel uitvinders en creatieve plannenmakers onder Hongaren te vinden zijn, blijft de stap van denken naar doen voor hen groot. Als Nederlandse ondernemer kan je je hierover verbazen: “je hebt goud in handen, doe er dan wat mee…” Maar het heeft geen zin om erop af te gaan geven. Het is een feit dat de meeste Hongaren niet vanuit zichzelf initiatief nemen. Ze zullen niet snel in de actie gaan. Ze zijn echter wel van goede wil. De tip is dan ook: accepteer dit gegeven en zet je eigen actiegerichtheid in. Als jij het initiatief neemt en ze zien dat het werkt, doen de mensen die je nodig hebt vanzelf mee. Inmiddels hebben ze een gezamenlijke Hongaars/Nederlandse KFT als joint venture, hebben ze land gekocht en begint in augustus/september van dit jaar de bouw. Belangstelling voor de huizen is er al. Ze wachten nu nog op vergunningen. De opzet van Dries en Jan Paul is eerst dit project van de grond te trekken en het daarna bij andere gemeentes ook uit te rollen. “Want dan kan je laten zien dat het werkt en dat helpt enorm in je overtuigingskracht”.

Duurzaam renoveren: het einde van de betonbunkers?
Naast het duurzaam nieuw bouwen, is er ook een enorme markt voor duurzaam renoveren. Kijk maar eens naar al die troosteloze blokkendozen die in de communistische periode in de steden uit de grond gestampt zijn. Een voorbeeld van een zeer geslaagd duurzaam renovatieproject is het SOLANOVA project2 in Dunaujváros. De resultaten van het SOLANOVA project in Dunaujváros hebben volgens de eerste cijfers de verwachtingen overtroffen. Namelijk 80% besparing ten opzichte van de situatie voor de renovatie. Dit Duitse renovatie project is het eerste Eco-bouwproject van de EU in Centraal Europa. Aanvankelijk kregen de initiatiefnemers weinig enthousiaste reacties op hun ideeën, omdat de Hongaren minder energieverbruik direct in verband brachten met minder comfort. Maar nu het flatgebouw er én mooier uitziet, én comfortabeler is én ook nog een lagere energierekening met zich
meebrengt, zijn de meeste mensen laaiend enthousiast. Het punt dat de bewoners zelf niet zuiniger met energie omgaan en in de winter de binnenhuistemperatuur gemiddeld nog steeds op laten lopen tot 25ºC (wat ze nu makkelijker kunnen betalen) zien de initiatiefnemers niet als een nadeel van het energiezuiniger maken, maar als potentie voor de toekomst. Zonder verdere aanpassingen aan het gebouw is er immers een mogelijkheid om het energieverbruik nog verder terug te dringen. De mensen hoeven alleen maar hun thermostaat een graadje lager te zetten en je hebt zo weer een hele hoop bespaard!

Subsidies
Voor hun kleinschalig Q-bouw initiatief hebben Dries en Jan Paul geen gebruik gemaakt van subsidiekanalen. Volgens hen zijn subsidieverstrekkers niet ingesteld op kleinschalige initiatieven, maar zijn ze gericht op grootschalige projecten. Wel zijn er andere duurzaamheidprojecten in Hongarije die subsidie hebben ontvangen. Vanuit Nederland heeft het Netherlands Joint Implementation Program bijgedragen aan lokale gemeentelijke energie efficiencyprojecten, die erg succesvol lijken te zijn.3 Het SOLANOVA project is voor een groot deel met EU subsidies bekostigd en de Hongaarse overheid verstrekt verschillende subsidies voor de verdere ontwikkeling en implementatie van duurzame brandstoffen. Of er mogelijkheden voor subsidie zijn hangt van vele factoren af: het soort initiatief, de
omvang, de locatie en het tijdstip waarop de aanvraag wordt ingediend.

Verdere innovatie
Duurzaamheid is niet langer terug naar vroeger, maar juist vooruit naar de toekomst door innovatie en ontwikkeling. Eind September vindt in Praag “The International Conference on Central Europe Towards Sustainable Building” plaats van de CIB (International Council for Research and Innovation in Building and Construction). De papers van potentiële sprekers zijn inmiddels ingediend, er blijkt een veelheid aan ideeën te zijn en lang niet alles zal behandeld kunnen worden. Deze conferentie lijkt een uitgelezen kans om te zien wat er ten aanzien van Centraal Europa zoal leeft op het gebied van duurzaam bouwen. Wellicht valt er in de wandelgangen nog zaken te doen? Centraal-Europese innovatie geest gekoppeld aan Nederlands ondernemerschap, dat zou toch een prachtige combinatie zijn?4

» Tekst: ©Karin Gabor en Michel Daenen 2007

1Meer informatie over Q buiw: www.yourcapital.nl
2Meer informatie via www.solanova.eu
3Meer informatie via www.munee.org
4Meer informatie via www.substance.cz/cesb07/

MISKOLC VECHT TEGEN HAAR IMAGO » (HiZ-7)

Vraag mensen die vóór de val van de muur in Miskolc geweest zijn naar een beschrijving van de stad en ze zullen ongetwijfeld de woorden grijs, grauw en vies gebruiken. In Miskolc en omstreken leefde men destijds van zware industrie en mijnbouw. Nu, bijna 20 jaar later doet de stad (en regio) verwoede pogingen om van het imago af te komen. Terecht? Hongarije in Zaken ging op onderzoek uit.

Imago
Met de val van de muur heeft de regio economisch gezien een zware klap gekregen. De mijnen gingen dicht en de enorme fabrieken die in de communistische periode hun hoogtij dagen kenden sloten hun deuren. De reden? Het wegvallen van de afzetmarkt in oostelijke richting. De regio kreeg te kampen met enorme werkeloosheid.
Inmiddels hebben de grote fabrieken plaats gemaakt voor kleinschaliger vormen van industrie en zijn er buitenlandse bedrijven van diverse aard naar de regio getrokken. Naast kleinschaliger wordt de industrie nu ook meer geconcentreerd. Dit levert een ander beeld op dan voorheen. Je vindt in de regio nu ook diverse industrieparken met de nodige infrastructuur en voorzieningen. Ook verschuift het accent steeds meer naar Research & Development (R&D), waarin nauwe samenwerking met de universiteit van Miskolc wordt gezocht. R&D zal in de toekomst een heel ander beeld geven dan de grote productiefabrieken uit het verleden. De stad Miskolc en omliggende regio richten zich nu naast de nieuwe behoefte aan R&D vooral op investeringen om
het toerisme in de regio verder te ontwikkelen.

Mensen die al langere tijd in de regio verblijven zien een enorme verandering. Ze vertellen over de aanpak van de binnenstad in Miskolc, waar je inmiddels een gezellig wandelgebied aantreft. Ook zijn ze enthousiast over alle mogelijkheden die je op toeristisch gebied in de regio hebt. Het potentieel voor verdere ontwikkeling van de toeristische sector in een omtrek van 50 à 60 kilometer rondom Miskolc is zeker aanwezig. In het noorden vind je de door Unesco tot werelderfgoed aangemerkte druipsteengrotten van Agtellek. Het beschermde natuurgebied
Bükk is het hart van de regio met vele uitgestrekte wandel- en fietsmogelijkheden. Ook niet te vergeten is het dorp Szilvásvárad waar regelmatig grote paardensport evenementen worden gehouden en de beroemde Lippizaners worden gefokt.

De wijngebieden van Eger en Tokaj nodigen uit tot mooie wijnroutes. En in het Noorden heb je het onbedorven Zempléngebergte met vele oude kastelen en burchten waar de tijd stilgestaan lijkt te hebben. Ook is het gebied vele muziek- en cultuurfestivals rijk.

Kunst
De kunst is deze schatten zo te ontsluiten dat de charme en onbedorvenheid bewaard blijven. Offi ciële instanties doen erg hun best met prachtige brochures, maar aan de kant van de klantgerichtheid ter plaatse en het promotie- en lobbywerk van de ondernemers zelf kan (hier spreken we uit eigen ervaring) nog heel wat verbeteren. Denk aan regels en prijzen vermelden in meer talen dan alleen het Hongaars, vindbaarheid op internet, sfeerverlichting
en gepaste muziek in de eetzaal van het kasteelhotel in plaats van tl-verlichting en een radiozender met een erg luid Hongaars sprekende mannenstem die hooguit voor de kok interessante informatie verstrekt. Deze verbeteringen zijn van belang als men zich tenminste ook op de West Europese markt wil richten.

Regionaal
Potentieel voor verandering van imago is er voor Miskolc en regio zeker, maar daarbij zijn een aantal punten van belang. Het is een gebied met een historie in de (zware) industrie. Deze industrie blijft een economische peiler en biedt ook kansen voor de toekomst. Dat moet men zeker niet verloochenen. Wel is het van belang om de positieve veranderingen in de sector beter zichtbaar te maken. Naast de industrie biedt het toerisme
ook veel potentieel. Om dat potentieel beter te benutten zijn er naast investeringen en marketing (waar men momenteel vanuit officiële instanties veel aan doet) ook investeringen in klantgerichtheid nodig. De Hongaren zijn van huis uit een erg gastvrij volk. Dat zie je ook duidelijk terug als je privé met ze te maken hebt. Ben je echter klant en zijn zij werknemer van de leverancier, dan is de wereld opeens anders. Alsof daar de invloed van het oude regime nog erg aanwezig is en mensen zich niet persoonlijk met hun werk verbinden. Ze zijn netjes en beleefd, maar denken niet met je mee. Uitzonderingen daar gelaten natuurlijk. “Kan niet” is nog een te vaak gehoorde term.

Kortom, Miskolc en regio heeft alle potentie in zich om een ander imago te verdienen, maar om het ook echt te krijgen zal er nog wel wat werk verzet moeten worden. En voordat het oude beeld van grote schoorstenen met veel beton eromheen uit het landschap verdwenen is, zullen we nog heel wat jaren verder zijn, al is het alleen maar doordat men de oude fabrieken, soms geheel desolaat, laat staan tot de grond een nieuwe bestemming heeft gekregen.

» Tekst en Foto’s: © Karin Gabor, Michel Daenen

WAAROM ZOUDEN ONDERNEMERS KIEZEN VOOR DE REGIO NOORD OOST HONGARIJE? » (HiZ-7)

Waarom zou het aantrekkelijk zijn om in deze regio te investeren?
Het Noord Oosten van Hongarije is in het verleden waarschijnlijk een aantal grote investeringen misgelopen, doordat de infrastructuur niet op orde was en de lokale overheden nog niet ingespeeld waren op het welkom heten van (buitenlandse) investeerders. De werkeloosheidscijfers zijn lange tijd enorm hoog geweest en liggen met 10% nog steeds boven het landelijk gemiddelde van 7,1 %. Toch zijn er bedrijven die de aantrekkelijkheid van de regio zien. Wat trok hen zo aan? Uw correspondenten deden een onderzoek.

Alle mensen die we spraken gaven aan dat er de laatste jaren veel veranderd is. De infrastructuur en logistiek zijn enorm verbeterd. Een aantal jaar geleden is de M3 snelweg tot Miskolc doorgetrokken, waardoor Boedapest gemakkelijk en snel bereikbaar is geworden. Ook zijn er verschillende industrieparken in de regio aangelegd en zijn de lokale autoriteiten zich meer bewust van het belang van investeringen van buitenaf. Daarnaast heeft het gebied zijn eigen charmes.

Carlo Holshuijsen van European Stone Trade is in dit gebied neergestreken vanwege de relatief lage lonen, de ruimte die er nog is, de lage criminaliteit (hij heeft ook in Polen gezeten waar de situatie naar zijn zeggen wat dat betreft minder prettig was) en daarnaast ook vanwege het feit dat zijn vrouw haar roots in deze regio heeft liggen. Elisabeth van Aerde van Move2hungary was samen met haar partner meteen overtuigd toen ze (na gedegen vooronderzoek) in het noordelijk deel van de provincie aankwamen. “Met onze makelaar reden we hier het dorp binnen en we wisten het meteen, dit wordt de plek voor ons toeristisch project. Het is een combinatie van de natuur, ligging van het dorp en de mogelijkheden die je in dit gebied geboden worden omdat de overheid in deze regio de ontwikkeling van ruraal toerisme wil stimuleren”.

ITDH, (het Hongaarse Investerings- en handelsontwikkelingsagentschap) geeft aan dat verschillende regelingen investeren in deze regio extra aantrekkelijk maken. Een aantal grote bedrijven zijn in het verleden naar deze regio gekomen juist vanwege de hoge werkeloosheid. Ze konden dus makkelijk werknemers vinden, die ook hun best wilden doen om hun baan te behouden. Bosch heeft voor zijn Pheumatic factory voor de regio Eger gekozen omdat er goed geschoolde werknemers zijn, die voor relatief lage lonen (lager dan in west Hongarije en rond Boedapest) werken met een lange traditie in de machine-industrie. Bovendien maakt de M3 de aantrekkelijke stad goed toegankelijk.

De aanwezigheid van de universiteit in Miskolc speelt in de regio ook een belangrijke rol. Er is steeds meer
kruisbestuiving tussen bedrijfsleven en wetenschap, zeker op het gebied van Research &Development.
Een voorbeeld daarvan is de sponsoring door het bedrijf BorsodChem van de chemiefaculteit. Het bedrijf heeft sterke behoefte aan goede chemici en hoopt deze door het fi nancieren van onderwijs en onderzoek van deze faculteiten ook op de langere termijn te kunnen aantrekken. Onze gesprekspartner van BorsodChem, de heer László Kézdi, business director Isocyanetes, geeft overigens aan: “Mochten jullie in Nederland nog chemici hebben die interesse hebben in een baan bij BorsodChem, dan zijn ze van harte welkom!” Is het er dan alleen maar fantastisch om in het Noord Oosten te investeren? Hoe zit het bijvoorbeeld met de algemeen bekende wirwar aan regeltjes en bureaucratie? Tja, geven zowel Carlo als Elisabeth aan: daar moet je mee om leren gaan. Carlo: “Als je het over regeltjes hebt: we waren in het bezit van een vergunning voor de aanschaf van een grote machine die absoluut noodzakelijk is voor ons productieproces. Toen er iemand langs kwam om de boel te inspecteren, bleek dat we niet alleen een vergunning nodig hadden om hem te bezitten, maar ook één om hem te laten werken. Tja, dat vraagt wel wat van je fl exibiliteit. Offi cieel heb ik sowieso nog steeds een aantal vergunningen nodig, we zitten midden in het proces van aanvraag, maar als we pas zouden starten als alle papieren er waren, dan hadden we de afgelopen 2 jaar niets kunnen doen. We zijn dus maar gewoon begonnen en tot nu toe laten de autoriteiten het toe.” Hoewel er dus veel regels zijn, is het ook een uitdaging om hier creatief mee om te gaan. Elisabeth: “Zo wilden wij twee zwembaden aanleggen. Het bestemmingsplan liet het niet toe dat we zwembaden zouden bouwen op de door ons bedachte plek. Er bleek nog een ander probleem, waardoor we van de nood een deugd konden maken. Om de nodige vergunningen te kunnen krijgen, hadden we een brandveiligheidverklaring nodig. Echter, de waterdruk in het dorp was te laag om deze te krijgen. Bij brand zou de brandweer niet kunnen blussen. Een oplossing voor het probleem was de aanleg van waterbassins. U raadt het al: inmiddels zijn er twee helderblauwe waterbassins met vergunning aangelegd waar je op een zonnige dag heerlijk in kunt vertoeven, met trapje en al. Mocht er ooit brand uitbreken, dan is er een pomp waarmee de brandweer het water uit de bassins kan pompen, mochten ze op tijd zijn tenminste, want ze moeten minimaal 20 minuten rijden voor ze in het dorp aankomen. Deze polderoplossing krijgt ook veel waardering van de Hongaarse ambtenaren.” Overigens is het creatief met de vele regels omgaan de Hongaren zelf zeker ook niet vreemd. In de volksmond staat het binnen de wet verzinnen van handige oplossingen bekend als ‘kis kapu’ (vrij vertaalt ‘achterdeurtje’).

Waar liggen de kansen?
Naast de toeristische sector zijn er volgens László Kézdi van BorsodChem vele kansen om als specialist
in de regio samen te werken. Sowieso wil de regering Hongarije tot logistiek middelpunt van Midden en
Oost Europa maken en dan heb je in deze regio een erg goede positie. Er wordt veel geïnvesteerd in de
snelwegen en het spoorwegnet. In de Noord Oost regio grens je aan Slowakije, de Oekraïne en Roemenië.
László Kézdi: “Algemeen kan gesteld worden dat de arbeidsmoraal hoog is, dat de lonen een stuk lager zijn
dan in Boedapest en dat hier nog ruimte is. Bovendien hebben we als BorsodChem ook echt behoefte aan
samenwerking.” Het bedrijf heeft voor de strategie gekozen om zoveel mogelijk activiteiten die niet tot
de core van het bedrijf behoren (productie van plastic grondstoffen, isocyanate productie) af te stoten en
in te kopen of over te laten aan anderen. Ze zijn op dit moment druk bezig met het realiseren van een
‘industrial value park’. Het verschil met een gewoon industriepark is volgens László Kézdi dat de bedrijven
op dit terrein elkaar werkelijk iets te bieden hebben. “Leverancier en afnemer zitten dicht bij elkaar, we delen
allerlei faciliteiten en dit maakt het ook voor kleinere leveranciers en afnemers interessant. Ze kunnen ervan
profi teren dat wij als grote fi rma (4.198 werknemers, 448 ha fabrieksterrein, omzet van € 700 miljoen) beschikken over de nodige infrastructuur en logistiek. We willen er echt een win-win park van maken.

De vertegenwoordiger van ITDH Eger merkt op dat er naast industrie en toerisme ook een groot potentieel
in de wijnsector zit. De kwaliteit van een aantal wijnen uit de regio is zo hoog dat het een sterke concurrent van de Franse en Californische wijnen zou kunnen zijn. De marketingactiviteiten zijn echter nooit goed opgepakt. Je merkt dat de Fransen, Belgen, Luxemburgers en Duitsers dit nu ook inzien en zij tonen dan ook steeds meer interesse om wijn af te nemen, dan wel zelf te investeren in de regio. Daar zijn nu goede mogelijkheden voor. Buitenlanders mogen sinds januari 2007 ook land buiten de bebouwde kom kopen en daarnaast zijn er op dit moment een aantal wijnhuizen van zeer hoog niveau te koop. Opvallend is dat er zich totaal geen Nederlanders
op de Hongaarse wijnmarkt begeven (wel zijn er natuurlijk een aantal importeurs die Hongaarse wijn naar Nederland halen en rapporteert culinair journalist Tom de Smet over menig wijnfestival in Hongarije) terwijl er wel grote kansen lijken te liggen. Mogelijk is het te verklaren uit het feit dat we (op een paar plekken in Limburg na) zelf helemaal geen wijnbouwcultuur hebben en dat daar dus geen focus ligt.

Er zijn ideeën en plannen genoeg. Zeker in de toeristische sector liggen er vele uitgewerkte projecten van kabelbaan tot kasteelhotel tot sportcentrum klaar, die op een investeerder wachten. Vanuit Hongaarse MKB bedrijven in de regio wordt er over het algemeen (uitzonderingen daar gelaten) echter niet actief gezocht naar
samenwerking met buitenlandse partners. Judit Kiss Vékei van de ITDH Miskolc verklaart dit deels uit de historie. “Als je vraagt of ze geïnteresseerd zijn in buitenlandse samenwerking, zegt iedereen ja, maar op het moment dat je meer bedrijfsinformatie vraagt om een goede match te kunnen maken, haakt een grote groep af. Wellicht nog een soort angstgevoel van vroeger, informatie kon altijd tegen je gebruikt worden.”

De ervaring van Joris van Aerde van Move2hungary is dat voor ondernemers belangrijke informatie niet zomaar voor handen is. Joris: “Met je Nederlandse achtergrond vermoed je wel dat er zoiets zou moeten bestaan als cholingsregelingen of loonkostensubsidies. Het ITDH is dan de ideale partner. Met hun hulp is er overleg gevoerd met het arbeidsbureau in Miskolc en maken wij nu gebruik van subsidieregelingen. Ook voor Hongaren
trouwens is overheidsinformatie lang niet altijd toegankelijk. Voor ons is het belangrijk dat wij lokale mensen kunnen aannemen, mensen uit het dorp. Zij zijn volstrekt onbekend met de mogelijkheden van bijvoorbeeld het Arbeidsbureau. Dan moeten ze van ons horen dat ze een beroep kunnen doen op (om)scholingsregelingen, als ze tenminste als werkzoekende staan ingeschreven. Voor hen interessant, want ze leren een vak, voor
ons interessant, want zo wordt een dame uit het dorp nu opgeleid tot kok die komend jaar in ons nieuw te starten restaurant zal gaan werken en weer anderen gaan komende periode een timmeropleiding doen.”

Gezien bovenstaande ervaringen krijgen we als Hongarije in Zaken de indruk dat er genoeg potentieel is, maar dat je het wel moet (op)zoeken. Het wordt je niet op een presenteerblaadje aangereikt. We geven u dan ook graag het advies van Carlo Holshuijsen mee: “Als je interesse hebt om hier in de regio iets te starten, ga dan
niet wachten, maar neem zelf initiatief”.

» Tekst en Foto’s: © Karin Gabor, Michel Daenen

Met dank aan:
BorsodChem Kazincbarcika, Move2Hungary,
EST European Stone Trade,
ITDH Den Haag, Eger, en Miskolc
Nederlandse Ambassade, NHCC

voor meer informatie: » www.movetobalance.nl