StartpaginaUitlegAdverteren?ArchiefAgendaOnze partnersLog inContactsitemapBoedapest

Archief:

Ons team

Recente uitgaven

Overig

Agenda Archief

artikelen

Ons team:

Elvira Loomans

Maria Ballendux

Karin Gabor en Michel Daenen

Henk Nijhof

Jósef Tóth

Ernst-Jan de Roest

Eva Lilla Kronauer

Peter Olsthoorn

Stefanie Burlovics

Herman Geerts

Elzo Molenberg

Carel Brands

Algemeen:

Startpagina

Peter Olsthoorn 

Lente in Hongarije » (HiZ-11)

Zöld erdöben jártam,
Kék ibolyát láttam.
El akart hervadni
Szabad-e locsolni?

Vrij vertaald:
Ik liep in het groene bos
Daar zag ik een blauw bloempje
Dat geplukt moest worden
Mag ik u besprenkelen?

Pasen in Hongarije is in m’n herinnerring gegrift met de rite van Tweede Paasdag: de mannen gaan langs bij de vrouwen die ze kennen om hen te besprenkelen met parfum. Dat doen ze na het zeggen van een vers. Het gebruik is vooral onder kinderen in Hongarije levend gebleven. ‘s Morgens vroeg gaan ze, met een plastic tas in de hand, de deuren langs van familie en kennissen. Het gaat hen vooral om het verzamelen van snoepgoed, zoals natuurlijk paaseieren. Als ze met zakken vol huiswaarts gaan is de tocht geslaagd.

Normaliter valt Pasen samen met het begin van de lente. Het is heerlijk weer, als het meezit, en vrouwen en (soms) mannen zien er op hun paasbest uit in lentekleding. In 2008 valt (viel) Pasen op 23 maart wat erg vroeg is. Guur weer kan de rite verstoren.

Maar op een zonnige lentedag is het heerlijk om die drukke bewegingen in de dorpen gade te slaan. En om mee te doen aan het ritueel. Het is ouderwets en dus heel rolbevestigend. Laat ‘powerfeministe’ Heleen Mees het maar niet horen. En zeker niet dat iedereen er zo’n plezier aan beleeft: de vrouwen en meisjes van de aandacht die hen ten deel valt en de mannen en jongens van de drank en het lekkers dat ze krijgen aangeboden. En die
ze ook in flinke hoeveelheden nuttigen.. Dus helemaal nuchter zijn de mannen niet meer na een aantal bezoeken.

Hoewel, niet alle meisjes en vrouwen, herinner ik me, waren er even blij: ze moesten maar afwachten of degene waar ze gek op waren ook echt langs kwam en dan tijd en aandacht schonk. Niet zelden zagen ze juist de mannen en jongens aan hun bel trekken die ze liever een deur verder hadden zien gaan.

Want het ‘besprenkelen’ had in die zin nog een serieus tintje voor de jongeren. En zo was het oorspronkelijk natuurlijk ook bedoeld. Als een traditionele manier van ‘dating’. Tegenwoordig zouden ze misschien zeggen ‘speeddating’: in korte tijd veel potentiële partners treffen om een keuze te maken.

Het ‘locsolni’, besprenkelen of gieten, heeft natuurlijk ook een erotische betekenis. Die is vast bij tijd en wijle ook in de praktijk gebracht. Immers, mannen zijn van huis en vrouwen blijven alleen achter. Dat biedt kansen om de energie die een dag eerder met het eten van eieren is verzameld voor een snelle, intense ontmoeting in te zetten.
De gedachten aan dat laatste overheersen nu de websites met versjes. Toen ik erop zocht voor deze column - de precieze woorden was ik vergeten - stuitte ik toch voornamelijk op verbasteringen van oorspronkelijke teksten, met de bedoeling om humoristisch te
zijn. Schuine teksten overheersten. Ik kwam ook een politieke tegen:

Kossuth-téren jártam,
nagy tömeget láttam,
nem akart oszolni,
szabad-e locsolni?

Ik ging naar het Kossuthplein
Daar zag ik een menigte
Die niet wilde oplossen
Mag ik water over haar gieten?

Ik vertel geen geheim dat in deze maatschappij mooi verholen erotiek vaak tot platte seks is verworden. Net als in Hongarije en in Nederland de fijnbesnaarde politieke discussie heeft moeten plaatsmaken voor platitudes en modder gooien. Misschien is dat tijdelijk.

Want als het aan mij ligt dan houdt Hongarije voor altijd en eeuwig vast aan het prachtige gebruik van ‘Szabad-e locsolni?’ Begin er maar eens over met uw zakenpartners in Hongarije, vinden ze vast leuk, zeker in de lente…

Tekst: © Peter Olsthoorn 2008

Varkens slachten » (HiZ-10)

Zo rond de kerst dwalen m’n gedachten het meest af naar Hongarije. En momenteel vooral naar het jaarlijkse ritueel van het slachten van een varken vóór de kerst. Hoe komt dat?

De aandacht op de slacht werd nu gevestigd door een artikel in Economist van begint november 2007. Daarin stond een fraai artikel over Roemeense boeren en de Europese Unie. Toetreding tot de Unie betekent voor boeren ook een serie nieuwe regels. Een deel daarvan betreft het verbod om zelf zonder voorzorgsmaatregelen dieren de keel door te snijden. Ze moeten eerst worden gedood, bij voorkeur met een elektrische schok.

En een derde van de naar schatting 4,5 miljoen boerderijtjes in Roemenië is de eigen slacht voor kerst een even noodzakelijk al onoverkomelijk ritueel. Er moet vlees op de plank komen. Dus die anderhalf miljoen varkens worden geslacht, EU of geen EU. Roemenië poogde tevergeefs een uitzondering voor onderwerping aan de slachtregels te krijgen, net als die voor joden en moslims geldt.

Roemenië is een koud jaar lid van de EU, Hongarije al weer ruim 3,5 jaar. En ook daar wordt volop geslacht ‘achter de schuur’, zoals Economist het noemt. Nog in een mooi artikel over de problemen in de Hongaarse vleesindustrie in Békéscsaba en Gyula in een vorig nummer van Hongarije in Zaken wordt eraan gerefereerd.

Dat doet me terugdenken aan vervlogen tijden in het dorp Fényeslitke, dat vijf kilometer boven Kisvarda en 20 kilometer van de grens met de Oekraïne is gevestigd. Daar heb ik jarenlang bij familie de varkensslacht mogen meemaken. Het behoort tot de mooiste herinneringen aan het land, vooral vanwege de schilderachtige taferelen.

In een wit sneeuwlandschap van een boomgaard in winterrust togen de dorpsslager - en goede kennis - en m’n schoonvader aan het slachten. Zo goed en zo kwaad als het ging hielp ik mee. Eén keer wilden ze me op de proef stellen en kreeg ik het mes aangereikt om het beest de keel door te snijden. Ik heb het gedaan, met gesloten ogen vermoed ik.

Maar na het gillen door het dier, het doden en bloeden werd het leuk. Onze toen nog kleine kinderen en de neefjes en nichtjes, warm gekleed in hun typische Hongaarse rode mutsen en wanten, mochten komen kijken. Ze kregen de oren van het varken, want daar konden ze op knabbelen en sabbelen. De hele familie kwam in touw om het varken te verwerken. Onderwijl vloeide de drank rijkelijk, de grappen en het gelach bepaalden het geluidsdecor. Ik genoot er zo van, die prachtige taal, de sneeuw, de gezichten. In de bijkeuken maakten de vrouwen worst en af en toe ging je even langs voor een schalkse blik, want mooie (ingehouden) erotiek is er in Hongarije veel meer dan in het rationele Nederlandje.

Maar wat moet je er als Nederlands zakenman mee? Om lachen op de eerste plaats, want humor kan er ook zakelijk nooit genoeg zijn. Vertel maar over de Partij voor de Dieren in ons parlement, al dan niet met schaamte. En bedenk dat de meeste Hongaarse stedelingen ook familie op het platteland hebben waar ze vaak hun kerst doorbrengen. Velen hebben ooit nog een varken geslacht. Als Nederlands zakenman moet je, vind ik, het nodige weten van het platteland. Dat hoort er bij, meer dan bij ons. Want we hebben dan bijvoorbeeld tulpenhandel, maar weinig Nederlanders weten iets van het telen van tulpen.

Hongarije is in zijn aard nog meer een agrarische samenleving. Met al zijn charmes, zoals het jaarlijks slachten van ‘het varken’ met de kerst.kst:

Tekst © Peter Olsthoorn 2007